Actualiteiten Bouw- en Aanbestedingsrecht1 april 2012

Bijgaand het 1e kwartaalbericht over 2012 met interessante informatie over bouw- en aanbestedingsrecht:

Aanbestedingsrecht: abnormaal lage en/of niet overeenstemmende inschrijving
Hof van Justitie EU, 29 maart 2012, C-599/10
In een zaak voor het Europese Hof is uitgemaakt dat een aanbestedende dienst in principe gehouden is om abnormal lage inschrijvingen te onderzoeken alvorens tot gunning en/of uitsluiting over te gaan. De vraag blijft of derden dat ook kunnen eisen.
In dezelfde uitspraak wordt aangegeven dat het een aanbestedende dienst in beginsel is toegestaan om een inschrijver toe te laten om een kennelijke fout van een inschrijver te laten herstellen of een eenvoudige toelichting te geven, zolang daardoor geen nieuwe of gewijzigde inschrijving wordt gedaan, alle andere inschrijvingen ook zijn beoordeeld, de mededinging daardoor niet wordt geschaad en de overige gegadigden op gelijke wijze worden behandeld. Afwachten is of daardoor minder inschrijvingen ongeldig worden verklaard, omdat de uitspraak weinig extra ruimte lijkt te bieden voor aanbesteders.

Aanbestedingsrecht: model-K verklaring en bestuurder
Hoge Raad, 10 februari 2012,  LJN: BV0892
In een geschil bij de Hoge Raad heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad bevestigd dat de zogenaamde model-K verklaring door een statutair bestuurder moet worden ondertekend (en dus niet door een filiaalchef, een gevolmachtigde, een gewone directeur of anderszins).

Aanneming van werk: betaling aanneemsom door particuliere opdrachtgever
Gerechtshof Leeuwarden, 6 maart 2012, LJN: BV8245
In deze uitspraak van het hof Leeuwarden wordt bevestigd dat de voor de bouw van een woning door een particulier te betalen termijn bij benadering in verhouding moet staan tot de voortgang van het werk. Dat is dwingend geregeld in artikel 7:767 BW.

Aanneming van werk: inroepen bankgarantie op eerste afroep
Rb. Leeuwarden, 29 februari 2012, LJN: BV7335
In deze uitspraak heeft de rechtbank te Leeuwarden bevestigd dat een zogenaamde bankgarantie op eerste afroep in de regel dient te worden uitbetaald aan de begunstigde als aan de voorwaarden in de garantie is voldaan (in de regel schriftelijke mededeling dat de wederpartij in verzuim is en opgave van de daaruit voortvloeiende vordering).
Een bankgarantie op eerste afroep strekt ertoe om het risico af te dekken van niet-nakoming van de betaling door de opdrachtgever van de verbintenis waarop de garantie ziet, terwijl daarnaast de begunstigde op eenvoudige wijze de beschikking moet kunnen verkrijgen over het in de bankgarantie genoemde bedrag zonder daarvoor eerst een procedure te moeten voeren. Op grond daarvan kan de  bank die de garantie heeft verstrekt geen beroep doen op de overeenkomst tussen de begunstigde en de verstrekker van de garantie om niet tot uitbetaling over te gaan, tenzij klaarblijkelijk sprake is van een willekeurige of bedrieglijke aanspraak van de begunstigde (vgl. HR 25 maart 2004, NJ 2004/309). Daarvan is echter slechts sprake als het voor de bank overduidelijk is dat de bankgarantie in het betreffende geval kennelijk willekeurig of bedrieglijk wordt ingeroepen. Het is aan de bank om te stellen en aannemelijk te maken dat er sprake is van een dergelijke uitzondering. Die situatie deed zich in de zaak bij de rechtbank Leeuwarden echter niet voor, zodat de bank de bankgarantie moest uitkeren.

Aanneming van werk: verjaring bij consumentenkoop
Gerechtshof Leeuwarden, 21 februari 2012, LJN: BV6422
In het betreffende arrest wijst het hof Leeuwarden op het gevaar van verjaring bij een gemengde overeenkomst van aanneming van werk met een consument waar ook zaken worden gekocht, bijvoorbeeld de koop - en het maken - van een keuken. In dat geval geldt namelijk op grond van art. 7:5 jo 7:28 BW een korte verjaringstermijn van 2 jaar nadat een factuur opeisbaar is geworden waarbinnen een vordering tot nakoming of betaling aanhangig moet worden gemaakt. De verjaring kan gestuit worden door binnen die termijn nakoming te vorderen, waarna de verjaring opnieuw gaat lopen.
In de zaak voor het hof realiseerde de aannemer die de keuken had gebouwd en geleverd zich dat te laat, waarop hij de factuur niet meer kon innen (want verjaard) waardoor hij uiteindelijk een “ gratis” keuken had geplaatst.

Aanneming van werk: meerwerk niet gemeld? Geen recht op meerwerk!
Gerechtshof Leeuwarden, 24 januari 2012, LJN: BV6686
Het hof in Leeuwarden heeft recent geoordeeld dat je bij een overeenkomst van aanneming van werk in principe op voorhand moet melden dat er sprake is van meerwerk, op het gevaar af dat je anders je aanspraak op meerwerk kwijt bent. Dat overkwam een aannemer die wel gemeld had dat hij meerwerk voorzag, maar die vergat daarvoor een offerte uit te brengen toen het meerwerk zich ook daadwerkelijk voordeed.

Het ging in deze om sloop van een put onder een gebouw. Onbekend was of de put onder het hele gebouw doorliep. Als de put onder het te slopen gebouw zou doorlopen, dan zou de aannemer extra werk moeten verrichten. In dat geval is sprake van meerwerk als bedoeld in artikel 7:755 BW. Het feit dat de opdrachtgever op voorhand bekend was met de mogelijkheid van dat eventuele meerwerk, of daar wellicht zelfs op voorhand mee heeft ingestemd, doet echter niet af aan de uit artikel 7:755 BW voortvloeiende verplichting van de aannemer om in dat geval tijdig de prijsconsequenties van het meerwerk te melden voorafgaande aan de uitvoering daarvan. Doet de aannemer dat namelijk niet, dan verliest de aannemer zijn aanspraak op vergoeding van het betreffende meerwerk. De ratio van die waarschuwingsplicht is de opdrachtgever te behoeden voor vermijdbare kostenoverschrijdingen. Indien de aannemer de opdrachtgever namelijk tijdig wijst op het gevaar van kostenoverschrijding is de opdrachtgever in de gelegenheid tijdig maatregelen te nemen om dit gevaar te beteugelen, bijvoorbeeld door het bouwplan alsnog te wijzigen. De aannemer in kwestie was die verplichting niet nagekomen. Dat is in dat geval des te erger, daar de prijs van het meerwerk belangrijk hoger blijkt te zijn dan de overeengekomen prijs voor de sloopwerk. Het hof verbindt aan het voorgaande de gevolgtrekking dat de aannemer geen aanspraak kan maken op betaling van de meerkosten. De stelling van de aannemer dat de opdrachtgever ‘gebaat is’ bij deze werkzaamheden leidt niet tot een andere conclusie. De uitzondering in artikel 7:755 BW (de opdrachtgever had zelf moeten beseffen dat het extra werk meerwerk tot gevolg had) lijkt zich dus niet snel voor te doen. Kortom: mogelijk meerwerk altijd zo snel mogelijk melden!

Ten slotte

Wij hopen u hiermee van dienst te zijn geweest. Indien u naar aanleiding van deze mail of met betrekking tot andere bouw- of aanbestedingsaspecten vragen heeft: bel gerust. Als u in onze informatie iets mist, of een onjuistheid ontdekt, dan horen wij dat graag. Ziet u in een volgend bericht een bepaald onderwerp graag besproken: meld dat ons!

Deel deze pagina:

Contactpersoon