Actualiteiten Bouw- en Aanbestedingsrecht!8 februari 2013

Bijgaand een selectie van recente, mogelijk voor u interessante, actuele informatie over onder andere bouw- en aanbestedingsrecht.

Aanbestedingswet

De lang verwachte nieuwe aanbestedingswet zal op zijn vroegst op 1 april 2013 in werking treden, omdat het wachten nog is op advies van de Raad van State en daaruit eventueel voortvloeiende aanpassingen. Wij berichten u uiteraard zo spoedig mogelijk over de definitieve ingangsdatum.

 

Aanbestedingsrecht: aanvulling redenen gunningsbeslissing niet mogelijk!

Hoge Raad, 7 december 2012, LJN: BW9233

Op grond van artikel 6 lid 1 van de Wira moet een aanbestedende dienst alle relevante redenen voor een gunningsbeslissing mededelen aan iedere inschrijver, of gegadigde. Uit de Memorie van Toelichting op die bepaling leek voort te vloeien dat aanvulling naderhand nog mogelijk was, met als enige gevolg dat de gunningsbeslissing dan nog niet aan de eisen van artikel 4 en 6 van de Wira voldeed, waardoor de opschortende termijn zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 Wira nog niet was gaan lopen.

 

De Hoge Raad heeft nu uitgemaakt dat aanvulling van een gunningsbeslissing nadien in beginsel niet mogelijk is. Wel mag een aanbestedende dienst de eerder aangevoerde redenen nadien nader toelichten. Zie LJN: BW9233, ro. 3.10 t/m 3.12.

 

Aanbestedingsrecht: opnieuw aanbesteden na wezenlijke wijziging opdracht

Rechtbank Den Haag,3 oktober 2012,  LJN: BY0155

Bij het door particulieren, of professionele marktpartijen, in de markt zetten van opdrachten gelden niet zonder meer de eisen en regels voor overheidsaanbestedingen. Dat kan anders zijn als die partijen een op een overheidsaanbesteding gelijkende procedure volgen of gevolgd hebben. Dat is bevestigd in een recente uitspraak van de rechtbank te Den Haag. In die zaak was door een particuliere opdrachtgever een op een aanbesteding gelijkende procedure gehouden, waarbij een uitvoeringstermijn was genoemd voor de realisatie van bouwwerken. Volgens een niet winnende inschrijver is dat na gunning gewijzigd in de voorwaarde dat pas bij meer dan 70% voorverkoop tot uitvoering hoeft te worden overgegaan. Alhoewel een en ander nog niet vaststaat tussen partijen, werd al geoordeeld dat een dergelijke wezenlijke wijziging niet geoorloofd is.

 

Aanbestedingsrecht: intrekken inschrijving (niet) toegestaan

Rechtbank Dordrecht,14 november 2012,  LJN: BY3500

Op grond van de wet komt een overeenkomst tot stand door het doen van een aanbod door de ene partij en opvolgende aanvaarding van dat aanbod door de andere partij (zie artikel 6:217 BW). Een aanbod kan in beginsel worden herroepen, zolang het door de andere partij nog niet is geaccepteerd.

Bij aanbestedingen ligt dat iets anders, omdat er in de regel een termijn wordt bepaald waarbinnen een inschrijver zijn aanbod niet mag intrekken, de zogenaamde gestanddoeningstermijn. Binnen die periode kan - en mag - een inschrijver zijn aanbod niet intrekken. Dat geldt ook als de inschrijver na de dag van de aanbesteding een fout in zijn inschrijving ontdekt. Dat is alleen anders als het om een voor iedereen direct kenbare fout ging. In de door de rechtbank Dordrecht beoordeelde zaak was daar geen sprake van, zodat de aanbieder niet gerechtigd was zijn aanbieding in te trekken toen de aanbestedende dienst de opdracht aan die inschrijver wilde gunnen. Door dat toch te doen, schoot de inschrijver tekort en kon de aanbesteder aanspraak maken op de daaruit voortvloeiende schade bestaande uit het verschil tussen de inschrijfsom van de zich ten onrechte terugtrekkende inschrijver en de opvolgende inschrijver. En dat liep flink in de papieren: de schade was ruim 30% van de oorspronkelijke eigen inschrijving.

 

Aanbestedings- en contractenrecht: gunning en aanvaarding opdracht

Rechtbank Utrecht,4 januari 2013,  LJN: BY7759

Op grond van artikel 4 Wira moet een aanbestedende dienst een termijn van ten minste 15 dagen aanhouden tussen de dag waarop het voornemen wordt geuit om een opdracht te gunnen en het daadwerkelijk gunnen van die opdracht. In de aangehaalde zaak was die termijn verstreken, zonder dat een van de andere partijen nadien een kort geding had aangespannen. Vervolgens heeft de aanbestedende dienst in een e-mail aan de partij aan wie zij voornemens was te gunnen, gemeld dat zij is overgegaan tot gunning. Bijna een half jaar later liet de aanbestedende dienst ineens weten dat zij toch niet tot gunning kon over gaan, omdat het aanbod van de oorspronkelijk beoogde partij zou afwijken van de voorgeschreven specificaties. Daarop sprak zij tevens een nieuw voornemen tot gunning uit aan een derde. Op bezwaren van de oorspronkelijk beoogde partij heeft de rechtbank te Utrecht geoordeeld dat de overeenkomst was gegund na de e-mail waarin werd gemeld dat was overgaan tot definitieve gunning. Dat tussen partijen inmiddels in discussie was wat er geleverd moest worden deed daar niet aan af, omdat een en ander zag op uitleg van de inhoud en omvang van de overeenkomst.

 

Aanbestedingsrecht: geen aanvullende eisen na inschrijving!

Rechtbank Zwolle, 12 november 2012, LJN: BY3162

Als er geen aanvullende informatie is verstrekt, dan mag een normaal oplettende inschrijver bij een aanbesteding uitgaan van de eisen die gesteld worden. Bij de beoordeling van de inschrijvingen moet daar in principe ook van worden uitgegaan. Dat betekent dat als fruit wordt gevraagd, dat je dan mag uitgaan van het leveren van een sinaasappel en dat je dan achteraf niet verweten kan worden dat je geen appel hebt geleverd. Zo simpel kan het aanbestedingsrecht soms zijn.

 

Algemene voorwaarden en incassokosten

Artikel 6:96 BW  

Bij een overeenkomst met een particulier (die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) moet in het vervolg eerst een aanmaning worden verzonden, voordat aanspraak kan worden gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten. Als een aanmaning is verzonden, dan kan bij een dergelijke overeenkomst maximaal aanspraak worden gemaakt op het bedrag wat in rekening mag worden gebracht volgens het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Als op basis daarvan incassokosten verschuldigd zijn, dan is het minimumbedrag aan incassokosten € 40. Het maximumbedrag is afhankelijk van de volgende staffel in dat besluit:

-    15% van de hoofdsom van de vordering over de eerste € 2.500 van de vordering;

-    10% van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 2.500 van de vordering;

-    5% van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 5.000 van de vordering;

-    1% van de hoofdsom van de vordering over de volgende € 190.000 van de vordering;

-    0,5% over het meerdere van de hoofdsom met een maximum van € 6.775.

 

De betreffende regeling is van dwingend recht bij een overeenkomst met pariculieren, wat betekent dat de regeling in beginsel ook van toepassing is als in een overeenkomst met een particulier andere afspraken zijn gemaakt. Let op: op overeenkomsten tussen bedrijven en overheidsinstellingen of tussen bedrijven onderling is de nieuwe regeling niet van toepassing, maar kunnen partijen dat wel overeenkomen.

 

Algemene voorwaarden (en architectenrecht): let op forumbeding!

Raad van Arbitrage 20 december 2012, 33.933

In algemene voorwaarden wordt vaak geregeld bij welke instantie een eventueel geschil moet worden voorgelegd. In de veelal door architecten gebruikte algemene voorwaarden, zoals de DNR 2005 en 2011, is dat niet anders. Op basis van de DNR 2005 of DNR 2011 kan in de overeenkomst worden bepaald dat eventuele geschillen zullen worden beslecht door de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Doe je dat niet, dan is de gewone burgerlijke rechter bevoegd. Dat bleek ook in de aangehaalde uitspraak.

 

Architectenrecht: uitleg overeenkomst

Hoge Raad, 12 oktober 2012, LJN: BX5572  

De Hoge Raad heeft recentelijk bevestigd dat, voor het bepalen van de inhoud en de reikwijdte van een overeenkomst, niet alleen de inhoud van die overeenkomst van belang is, maar ook datgene wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten gezien de overeenkomst en de gedragingen van partijen over en weer na het sluiten van die overeenkomst.

 

Architectenrecht: zonder schriftelijke overeenkomst ook een redelijk honorarium

Rechtbank Alkmaar, 30 november 2011, LJN: BV7868  

Het komt regelmatig voor dat zakelijke contacten voortvloeien uit eerdere persoonlijke contacten. De rechtbank in Alkmaar heeft een oordeel moeten geven over een dergelijke situatie en uitgemaakt dat het voor de opdrachtgever, ook zonder schriftelijke overeenkomst, kenbaar moet zijn geweest dat er geen sprake was van een vriendendienst maar van zakelijke dienstverlening. Op basis daarvan komt de rechtbank vervolgens tot het oordeel dat de architect ook in die situatie aanspraak heeft op vergoeding van een redelijk honorarium door de opdrachtgever.

 

Consumentenkoop

Hof Leeuwarden, 25 september 2012, LJN: BX9126 

Bij verkoop aan consumenten gaat de wet er in artikel 7:18 lid 2 BW vanuit, dat als zich binnen zes maanden na aflevering gebreken aan dat product voordoen dat het betreffende product dan bij aflevering niet aan de overeenkomst voldeed. Het Hof in Leeuwarden heeft bepaald dat de verkoper het recht heeft om bewijs te leveren om dat wettelijk vermoeden te weerleggen. Het is in dat geval aan de verkoper om te bewijzen dat het product bij aflevering wel aan de overeenkomst voldeed. En dat kan lastig zijn.

 

Kabel- en leidingenschade

Hof Leeuwarden, 25 september 2012, LJN: BX9123 

Bepaalde risico's behoren tot het ondernemerschap, zoals schade aan je eigen producten doordat je gebruik maakt van ondeugdelijk materieel. Soms ligt dat echter niet zo duidelijk, zoals uit een recente uitspraak van het Hof Leeuwarden blijkt. In die zaak was de stroom bij een kweker uitgevallen, omdat Kantonniers van de provincie bij het plaatsen van verkeersborden een elektriciteitsleiding hadden geraakt doordat zij gebruik hadden gemaakt van een niet goed functionerende leidingzoeker. Op grond van artikel 6:170 BW is de provincie in principe aansprakelijk voor die schade. Omdat het nood aggregaat van de kweker door voor zijn risico komende omstandigheden dienst weigerde, matigt het Hof de aansprakelijkheid van de provincie tot 50% van de schade wegens eigen schuld van de kweker.

 

Ten slotte

Wij hopen u hiermee van dienst te zijn geweest. Indien u naar aanleiding van dit stuk, of met betrekking tot andere juridische aspecten, vragen heeft: bel gerust. Als u in onze informatie iets mist, of een onjuistheid ontdekt, dan horen wij dat graag. Ziet u in een volgend bericht een bepaald onderwerp graag besproken: meld dat ons! Indien u andere belangstellenden voor dit bericht weet die geen mailing van ons hebben ontvangen, schroom dan niet om dit bericht door te zenden of hem/haar te vragen zich bij ons aan te melden voor een volgende versie van deze nieuwsbrief. 

 

Dit bericht verschijnt in beginsel ieder kwartaal. Het volgende bericht verschijnt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval omstreeks 1 april 2013.

Deel deze pagina:

Contactpersoon