Cassatie onteigening5 april 2013

Cassatie onteigeningszaak; het recht op hoor en wederhoor en overleg benoeming deskundigen

De Hoge Raad heeft op 5 april 2013 een arrest gewezen (LJN: BY8098) in een onteigeningszaak die zich afspeelde in de gemeente Sittard-Geleen. Het ging in deze zaak om de onteigening van een perceel met woning ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein Holtum Noord.

De onteigende kon zich om een aantal redenen niet vinden in het vonnis van de rechtbank, waarin de door de gemeente gevorderde onteigening van het perceel werd toegewezen en deskundigen werden benoemd om de rechtbank te adviseren over de schadeloosstelling voor de onteigende.

Zo was de onteigende van oordeel dat de rechtbank de onteigening niet had mogen uitspreken, omdat in de administratieve procedure zijn recht op hoor en wederhoor zou zijn geschonden. Weliswaar was hij tijdens de administratieve procedure door de Kroon in de gelegenheid gesteld om zijn bezwaren mondeling toe te lichten, maar omdat hij apart van de onteigenaar werd gehoord had hij niet op de stellingen van de onteigenaar kunnen reageren en zou zijn recht op hoor en wederhoor zijn geschonden. De Hoge Raad verwerpt dit bezwaar van de onteigende. De Hoge Raad overweegt dat degene die tegen het ontwerpbesluit bezwaren naar voren heeft gebracht (zoals in deze zaak ook was gebeurd) in de gelegenheid moet worden gesteld om die bezwaren mondeling toe te lichten alvorens een definitief besluit wordt genomen. Het beginsel van hoor en wederhoor speelt volgens de Hoge Raad pas een rol in een tegen het besluit gerichte procedure.

Daarnaast had de onteigende aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte deskundigen had benoemd zonder hem in de gelegenheid te stellen om zijn voorkeur aan te geven omtrent de te benoemen deskundigen. De verplichting uit artikel 194 lid 2 Rv om met partijen te overleggen over de te benoemen deskundigen zou volgens de onteigende ook gelden in onteigeningsprocedures. De Hoge Raad maakt korte metten met dit verweer van de onteigende. De Hoge Raad overweegt dat het gebruikelijk is dat rechtbanken in onteigeningsprocedures zonder voorgaand overleg deskundigen plegen te benoemen. Het zou in strijd zijn met het specifieke (spoedeisende) karakter van de onteigeningsprocedure wanneer van die staande praktijk zou moeten worden afgeweken door eerst de zienswijze van de partijen te verkrijgen. De Hoge Raad overweegt nog wel dat partijen desgewenst voorafgaand aan de benoeming opmerkingen kunnen maken.

In deze cassatieprocedure werd de onteigenaar, de gemeente Sittard-Geleen, bijgestaan door cassatieadvocaat Jan Peter van den Berg van ons kantoor. In de onteigeningsprocedure wordt de gemeente bijgestaan door Sharon Fraats van Paulussen Advocaten.

Deel deze pagina: