Schadeloosstelling bij inbreuk op eigendom door hoogspanningsverbinding8 april 2013

Met de aanleg van ruim 400 kilometer nieuwe bovengrondse en ondergrondse hoogspanningsverbindingen door netbeheerder TenneT, zullen eigenaars, pachters en gebruikers van - met name in de buitengebieden van Nederland gelegen - gronden, de komende jaren in toenemende mate te maken krijgen met van de van overheidswege opgelegde verplichting dit werk van openbaar nut in, op of boven de eigendom te gedogen. De Belemmeringenwet privaatrecht biedt de bevoegde minister een wettelijke grondslag om, bij gebreke van een minnelijke overeenstemming, een gedoogplicht op te leggen.

De aanwezigheid van een bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbinding met een hoogspanning van 380.000 volt (380 kV) beperkt de vrije invulling van de eigendom of (ander) gebruiksrecht.

In de eerste plaats zijn de bewerkingsmogelijkheden en besproeiingsmogelijkheden,  mede gelet op de veiligheidsrisico's die voortvloeien uit de aanwezigheid van de hoogspanningskabels, beperkt.

Bovendien leidt de verplichting een hoogspanningsverbinding in, op of boven het eigendom te gedogen in meer algemene zin tot waardevermindering van het onroerend goed dat met de gedoogplicht is belast. Een redelijk handelend koper heeft immers een voorkeur voor een perceel zonder een dergelijke belasting. Deze waardevermindering kan haar doorwerking hebben op een totaal complex. Een koper die een keuze moet maken tussen de aankoop van een boerderij met weiland waarover een hoogspanningsverbinding loopt, of een even verderop gelegen boerderij met vergelijkbare kwaliteitskenmerken met weiland waarover geen hoogspanningsverbinding loopt, zal in de praktijk kiezen voor het agrarisch complex zonder hoogspanningsverbinding. De keuze van de redelijk handelend koper wordt niet alleen beïnvloed door de inperking van de gebruiksmogelijkheden die de verbinding met zich brengt, maar ook door de verminderde uitstraling van het (totaal te koop aangeboden) onroerend goed bij een bovengrondse verbinding, de mogelijke coronageluidbelasting en de kans dat bedrijfsapparatuur, bijvoorbeeld in de glastuinbouw, storingen vanwege de hoogspanning ondervindt.

Niet in de laatste plaats wordt de koperskeuze negatief beïnvloed vanwege de maatschappelijke onrust over de invloed van verhoogde magnetische velden op de gezondheid van mens en dier. De overheid hanteert uit voorzorg het principe dat de aanwezigheid van woningen binnen de zogenoemde "0,4 microtesla-contour" zoveel mogelijk dient te worden voorkómen. Binnen de wetenschap gaan echter stemmen op een relevant bredere contour aan te houden, waarbij gevoelige bestemmingen niet zouden mogen worden geraakt door de "0,1 microtesla-contour"(1).  Wat er zij van de discussie binnen de wetenschap, de omstandigheid dat bij voortduring studie wordt verricht naar mogelijk causaal verband tussen verhoogde magnetische velden en gezondheidseffecten beïnvloedt de waarde van onroerend goed waarop een hoogspanningsverbinding moet worden gedoogd, in negatieve zin.

Uit al het voorgaande volgt dat de eigenaar die wordt geconfronteerd met een onherroepelijke gedoogplicht, schade lijdt. Niet alleen inkomensschade, vanwege - in beginsel jaarlijks terugkerende - verminderde bewerkingsmogelijkheden van de direct nabij de hoogspanningsverbinding gelegen gronden, maar bovendien vermogensschade als gevolg van een waardevermindering van het onroerend goedcomplex waar de belaste strook onderdeel van uitmaakt.

De aldus "belemmerde" eigenaar kan zich tot de kantonrechter wenden en vergoeding van zijn schade vorderen. Hij kan dat doen, zo vaak als zich - nog niet vergoede - schade voordoet. Vanzelfsprekend is het alleen noodzakelijk de stap naar de rechter de maken, indien en voor zover netbeheerder TenneT niet vrijwillig bereid is de schade te vergoeden.

Volgens vaste rechtspraak heeft de belemmerde eigenaar recht op een volledige schadevergoeding (2).  De eigenaar kan dus, voor zover van toepassing, aanspraak maken op een volledige vergoeding van zijn vermogensschade, zijn inkomensschade en eventuele overige schade. Het ligt voor de hand om bij de bepaling van de schade de schaderegels toe te passen zoals deze ook gelden in het onteigeningsrecht. De vermogensschade zal dus moeten worden bepaald door de waarde op de peildatum (dat wil zeggen: de datum waarop de gedoogplicht gelding verkrijgt), veronderstellende dat het werk - de hoogspanningsverbinding - aanwezig en in werking is, te vergelijken met de waarde die (het complex van) onroerend goed op dezelfde datum zou hebben zonder dat de hoogspanningsverbinding zou behoeven te worden gedoogd.

In de praktijk biedt TenneT een schadevergoeding aan die is gebaseerd op een prijs per vierkante meter. Deze prijs wordt aangeboden voor de vierkante meters grond die in de zogenoemde "zakelijke rechtstrook" zijn gesitueerd. Daarbij maakt TenneT onderscheid tussen de gronden die binnen 15 meter uit het hart van de verbinding zijn gesitueerd en gronden in de aan weerszijden daarvan gelegen werkstroken. Bij deze standaard benadering wordt geen rekening gehouden met mogelijke waardevermindering van gronden die buiten de zakelijke rechtstrook zijn gesitueerd. De belemmerde eigenaar heeft echter recht op een totale vergoeding van zijn vermogensschade welke door de gedoogplicht wordt veroorzaakt. Vermindert dus zijn agrarisch complex in zijn totaliteit in waarde, dan heeft hij recht op vergoeding van die totale waardevermindering. Het is daarom van belang dat de totale waardevermindering die een onroerend goedcomplex ondergaat, als gevolg van de verplichting een hoogspanningsverbinding te gedogen, zorgvuldig en goed onderbouwd wordt getaxeerd. Wanneer TenneT de aldus onderbouwde waardevermindering niet wil vergoeden, kan de vergoeding van deze vermogensschade voor de kantonrechter gevorderd worden.

De vermogensschade als gevolg van waardevermindering kan worden gecompenseerd indien partijen minnelijk, bij het overeenkomen van een zakelijk recht van opstal, afspreken dat de netbeheerder periodiek, bijvoorbeeld jaarlijks, een retributie betaalt. Artikel 5:101 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek geeft daarvoor een uitdrukkelijke wettelijke grondslag. Het voordeel van een dergelijke minnelijke regeling is, dat het recht op ontvangst van de retributie in geval van eigendomsovergang, overgaat op de nieuwe eigenaar. Dat voordeel vormt dus een compensatie voor het gegeven dat ook de nieuwe eigenaar met de gedoogplicht geconfronteerd zal zijn.

Bij de vraag wat een redelijke hoogte is van de jaarlijkse retributie is van belang in welke mate het onroerend goed minder bruikbaar of aantrekkelijk is. Een ander aspect dat van invloed kan zijn  op de hoogte van de retributie, is de geschatte lengte van de periode waarin de hoogspanningsverbinding aanwezig zal zijn.

Alvorens een eventuele minnelijke overeenkomst met TenneT te sluiten dient te worden nagegaan of met alle door TenneT voorgestelde voorwaarden kan worden ingestemd. Die voorwaarden zijn strenger dan de gedoogplicht van de Belemmeringenwet. Bovendien zal, als gevolg van het sluiten van een zakelijke rechtovereenkomst, de bevoegde minister geen gedoogplicht opleggen zodat de gang naar de kantonrechter om (aanvullende) schadevergoeding te vorderen, wordt afgesneden. Zoals altijd, hangt de keuze om wel of geen minnelijke regeling te treffen af van de concrete omstandigheden van het geval.

[1]    BioInitiative Working Group, Cindy Sage en David O. Carpenter, editors, www.bioinitiative.org

[2]   Vgl. artikel 14 lid 3 van de Grondwet,  Hoge Raad 22 mei 1970, NJ 1970, 368,  Hoge Raad, 2 februari 1979, NJ 1979,384 en Sluysmans, Gemeentestem 2002, 7159-1.

Deel deze pagina:

Contactpersoon