De leegstandswet per 1 juli 2013 gewijzigd1 juli 2013

In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de Leegstandwet (zie ook 'Huurrecht advocaat') in het leven geroepen. De Leegstandwet houdt kortgezegd in dat eigenaren van woningen de mogelijkheid hebben om hun woningen te verhuren voor een periode van maximaal vijf aaneengesloten jaren. Hiervoor dient een eigenaar van een woning wel eerst toestemming te vragen aan de gemeente waarin hij resideert. Wanneer de eigenaar van de woning voldoet aan een aantal voorwaarden kan de gemeente toestemming geven tot verhuur van de woning. Zij verleent dan een vergunning welke maximaal vijf jaren zal gelden.

Een huurder die een huurovereenkomst op grond van de Leegstandwet aangaat geniet minder huurbescherming dan iemand die een huurovereenkomst woonruimte aangaat waarop het reguliere huurrecht van toepassing is en er een vergaande opzegbescherming geldt. Bij een huurovereenkomst woonruimte dient een huurder in te stemmen met de beëindiging van zijn huurovereenkomst. Wanneer hij dit niet doet, dan zal de verhuurder zich moeten wenden tot de kantonrechter om de beëindiging van de huurovereenkomst te vorderen. Verhuur op basis van de Leegstandwet biedt de eigenaar van de woning de zekerheid dat de huur na een periode van vijf jaren ook daadwerkelijk eindigt wanneer hij de huurovereenkomst opzegt. Punt van aandacht is wel dat de eigenaar dient te voorkomen dat de huurovereenkomst stilzwijgend wordt voortgezet, want dan vervallen namelijk de bepalingen van de Leegstandwet en wordt de overeenkomst omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Om de stagnatie op de woningmarkt te verhelpen zijn er sinds 1 juli jl. een aantal wijzigingen in de Leegstandwet in werking getreden. Zo wordt allereerst de beperking tot eenmalige verlening van de vergunning tot verhuur opgeheven. Het kan namelijk, gezien de levensduur van een woning, wenselijk zijn om een woonruimte meerdere keren (voor een korte periode) te verhuren. Voorts wordt de termijn voor de tijdelijke verhuur van woonruimte verlengd van vijf naar tien jaren en wordt de termijn van de tot sloop of renovatie bestemde panden met woonruimte van vijf naar maximaal zeven jaren verlengd.

Op grond van de oude regeling hadden gemeenten de mogelijkheid om de hoogte van de huurprijs te bepalen aan de hand van het puntensysteem voor huurwoningen. Deze regeling komt te vervallen, eigenaren van woningen hebben nu de mogelijkheid om volledig zelfstandig de hoogte van de huur te bepalen. Hierbij blijven de regels van de huurprijsbescherming tevens buiten toepassing. Tevens vervalt de mogelijkheid om naar de Huurcommissie te stappen. Verder mogen gemeenten geen extra voorwaarden meer stellen wanneer zij een aanvraag tot tijdelijke verhuur behandelen. Er mag uitsluitend nog op basis van de in de Leegstandwet bepaalde voorwaarden getoetst worden of een eigenaar van woonruimte in aanmerking komt om deze tijdelijk te verhuren.

Met de inwerkingtreding van deze wijzigingen aan de Leegstandwet wordt beoogd de flexibilisering van de tijdelijk verhuur van woonruimte te stimuleren en daarmee een tijdelijke steun in de rug te bieden van woningeigenaren.

(met dank aan T. van Zon, student-stagiaire)

Deel deze pagina:

Contactpersoon