CAO-norm ook in aanbestedingsrecht8 juli 2013

In een (nog ongepubliceerde) uitspraak van 26 juni j.l. heeft de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, geoordeeld dat de zogenaamde cao-norm ook van toepassing is op aanbestedingen, wat betekent dat een gegadigde de eisen bij een aanbesteding mag lezen in onderling verband en op een wijze zoals een behoorlijk geïnformeerde en normaal handelende inschrijver dat ook zou doen.

In de betreffende uitspraak was discussie ontstaan tussen de aanbestedende dienst en een gegadigde over hoe een bepaalde "en/of" ervaringseis nu gelezen moest  worden. Als eis was gesteld dat: "Gegadigde(n) toont (..) aan ervaring te hebben in de uitvoering van bodemsaneringen in een bouwteamverband en/of een UAV-GC contractvorm".

De betreffende eis was op één en dezelfde regel opgebouwd uit twee onderdelen: een minimumeis en daar direct naast een selectie-eis waarmee je extra punten kon scoren om in aanmerking te komen voor een uitnodiging om te mogen inschrijven. De minimumeis luidde als volgt: "Realisatie van minimaal 1 project met UAV-GC contractvorm (..)", en de selectie-eis: "Realisatie van minimaal 1 project in bouwteamverband (..)".

Aan het slot van die regel werd aangegeven hoe bij beide eisen aangetoond kon worden dat aan die eisen werd voldaan, namelijk door invulling van hetzelfde model-formulier.

Het betrof een elektronische aanbesteding. In de vragenlijst was ruimte opgenomen om het bij de algemene eis genoemde bewijsmiddel op te nemen, maar over de selectie-eis werd niet gerept. Ook in de door de aanbestedende dienst ter beschikking gestelde controlelijst, waarin alle over te leggen stukken werden genoemd, werd niet over de selectie-eis gerept maar wel over de algemene eis.

In de inlichtingenronde zijn over die eisen vragen gesteld. Daarbij is meermaals aangegeven dat aangetoond kon worden dat aan de gestelde eisen voldaan werd door bewijs over te leggen van een: "Bouwteam samenwerking of UAV-GC contract".

Een van de gegadigden heeft daarop voor zowel de minimumeis als de selectie-eis een (ander) UAV-GC contract overgelegd. Daarmee voldeed de gegadigde volgens de aanbestedende dienst wel aan de minimumeis, maar niet aan de selectie-eis. Daardoor kreeg de gegadigde onvoldoende punten om in aanmerking te komen voor inschrijving op het betreffende werk. De gegadigde was het daar niet mee eens en maakte bezwaar en - toen dat geen effect had - een kort geding aanhangig.

De Voorzieningenrechter heeft daarop geoordeeld dat de gegadigde door de inlichtingenronde op het verkeerde been was gezet en de antwoorden zo mocht opvatten dat zij bij beide eisen mocht kiezen tussen één van beide contractvormen. Had de aanbestedende dienst dat anders willen zien, dan had zij maar duidelijker antwoord moeten geven, aldus de voorzieningenrechter. Mogelijk speelde in dat kader mee, dat de gegadigde kon aantonen dat zij makkelijk aan beide eisen had kunnen voldoen.

Tevens geeft de Voorzieningenrechter aan dat, toen de aanbestedende dienst bleek dat de gegadigde de eis anders had opgevat dan de aanbestedende dienst bedoeld had, de aanbestedende dienst de gegadigde in de gelegenheid had moeten stellen om die kennelijke omissie te herstellen.

Dat is dan ook de belangrijkste les van deze uitspraak: stel als gegadigde duidelijke vragen en geef als potentiële opdrachtgever duidelijk in het antwoord aan wat je bedoelt. Als je dat niet doet en direct na aanmelding/inschrijving duidelijk is dat een partij je eisen anders heeft opgevat, geef die partij dan nog gelegenheid voor herstel.

Deel deze pagina:

Contactpersoon