Aanneming: AnsaldoBreda kiest verkeerde spoor19 juli 2013


Rechtbank Midden-Nederland, 3 juli 2013 (r.o. 4.8).

Als je opdracht geeft aan een derde (die niet bij je in dienst is) om een werk te maken, dan is sprake van aanneming van werk (artikel 7:750 BW). Tenzij sprake is van een overeenkomst van aanneming van werk voor de bouw van een woning voor een particulier (artikel 7:765 en 7:766 BW), kan je een dergelijke overeenkomst mondeling aangaan. Bewijs van de inhoud van de overeenkomst kan dan wel lastig zijn, zodat het verstandig is om een overeenkomst van aanneming van werk schriftelijk vast te leggen. In alle gevallen is echter in principe de inhoud van de overeenkomst bepalend voor de verplichtingen van partijen over een weer. Dat blijkt ook weer uit een vonnis in kort geding dat door treinenbouwer AnsaldoBreda was aangespannen (u weet wel, van de Fyra). In die zaak had AnsaldoBreda gevorderd dat er door de Voorzieningenrechter deskundigen benoemd zouden worden, omdat een en ander in de overeenkomst zou staan. Volgens de rechter was er in de overeenkomst tussen partijen echter niet in die mogelijkheid voorzien, zodat de vordering van de aannemer werd afgewezen.

Wat de aannemer wel had kunnen doen, was de "gewone" rechter verzoeken om een (voorlopig) deskundigenbericht (zie artikel 194 en 202 Rv). Waarschijnlijk had AnsaldoBreda dan wel haar tussenbestemming bereikt en een deskundigenbericht mogen laten opstellen. Heeft u vragen over overeenkomsten of aanneming van werk? Bel ons gerust voor een oriënterend gesprek.

Deel deze pagina:

Contactpersoon