Uw pandrecht uitoefenen? Mogelijke meldingsplicht Belastingdienst!22 juli 2013


Stel: u heeft een vordering op iemand en u heeft daarbij een pandrecht gevestigd op zijn of haar goederen. U heeft bijvoorbeeld geld uitgeleend en daarbij een pandrecht bedongen. Of deze schuldenaar is een afnemer met een grote betalingsachterstand waarmee u een afbetalingsregeling heeft getroffen. En die afbetalingsregeling heeft u versterkt met een pandrecht.

Sinds 1 januari 2013 is er een nieuwe fiscale regeling van kracht: de Belastingdienst heeft een meldingsplicht in het leven geroepen voor iedere schuldeiser (u) die zich op basis van een zekerheidsrecht (zoals een pandrecht) op zogenaamde bodemzaken van de schuldenaar wil verhalen. Bodemzaken zijn met name machines, inventaris en (rollend) materieel dat zich bevindt op het bedrijf van de schuldenaar. Deze meldingsplicht is wettelijk geregeld in artikel 22bis Invorderingswet 1990.

Op het moment dat uw schuldenaar zijn betalingsafspraken niet nakomt en u het pandrecht op bijvoorbeeld machines of inventaris wilt uitoefenen, moet u dit nu eerst schriftelijk melden aan de Belastingdienst. En wel door middel van het formulier Mededeling Artikel 22bis Invorderingswet 1990 (hier te downloaden op de website van de belastingdienst). Op dit formulier moet worden aangegeven wie u bent, welk recht u heeft, wie de schuldenaar is, over welke roerende zaken het gaat en wat de geschatte executiewaarde van deze zaken is.

Na deze melding moet u vier weken wachten. In deze periode heeft de Belastingdienst de gelegenheid om de situatie te beoordelen en desgewenst zelf (bodem)beslag te leggen op de genoemde zaken. Dit mag de Belastingdienst alleen als er aanslagen Loonheffing of BTW open staan. Doet zij dat, dan vist u achter het net. Doet de Belastingdienst binnen deze vier weken echter niets, dan heeft u na afloop van deze vier weken zelf een termijn van vier weken om de goederen weg te halen of te verkopen. Doet u zelf binnen deze tweede termijn van vier weken niets, dan herleeft de meldingsplicht weer.

Niet melden kan financiële consequenties hebben. Indien u niet meldt of - na melding - toch binnen 4 weken de goederen verkoopt of weghaalt, dan dient u de executiewaarde van de weggehaalde of verkochte goederen aan de Belastingdienst te vergoeden!

Deze meldingsplicht geldt niet voor zaken waarvan de executiewaarde niet meer dan € 10.000 bedraagt. Deze regeling geldt verder niet voor belastingschulden die zijn ontstaan vóór 1 januari 2013.

Deze nieuwe meldingsplicht is de meest recente zet van de Belastingdienst in het schaakspel met de banken om de zogenaamde bodemverhuurconstructie te dwarsbomen.

Bij (grotere) faillissementen kunnen de machines, inventaris en (rollend) materieel op het bedrijf zelf een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. De bank heeft daar doorgaans een pandrecht op. Dit zijn echter eveneens de bodemzaken waarvoor het bodemvoorrecht van de Belastingdienst geldt. Het bodemrecht van de Belastingdienst gaat vóór het stil pandrecht van de bank, dus de Belastingdienst trekt in beginsel aan het langste eind.

De banken hebben hier geruime tijd geleden al iets op bedacht: de zogenaamde bodemverhuurconstructie. Voorafgaand aan het faillissement (de bank is doorgaans veel beter geïnformeerd dan de Belastingdienst) laat de bank de gronden waarop en/of de panden waarin de machines, inventaris etc. staan aan zichzelf verhuren (in plaats van aan de ondernemer). Daardoor is het niet langer de bodem van de ondernemer en kan de Belastingdienst haar bodemvoorrecht op de machines, inventaris etc. niet meer uitoefenen. Hiermee wordt de voorrangspositie van de Belastingdienst doorkruist en trekt de bank aan het langste eind.

Door het instellen van de mededelingsplicht ex artikel 22bis Invorderingswet 1990 heeft de Belastingdienst de situatie weer in haar voordeel gekeerd. Het toepassen van de bodemverhuurconstructie valt namelijk expliciet onder de meldingsplicht. De bank moet haar voornemen tot het toepassen van de bodemverhuurconstructie dus eerst schriftelijk aan de Belastingdienst melden, waarna de Belastingdienst vier weken de tijd heeft om de situatie te beoordelen en desgewenst zelf beslag te leggen. Waarmee de Belastingdienst er met 'de buit vandoor gaat' en weer aan het langste eind trekt.

Doel van de Belastingdienst was het frustreren van bodemverhuurconstructie. Dit doel had ook kunnen worden bereikt door middel van een specifiek daarop toegespitste regeling. De Belastingdienst heeft echter een veel bredere meldingsplicht in het leven geroepen, die dus ook u als MKB-ondernemer of schuldeiser in een andere hoedanigheid treft.

De oorspronkelijke regeling overigens betrof ook goederen die onder eigendomsvoorbehoud waren geleverd. Per 1 april 2013 geldt er - gelukkig! - een uitzondering voor zuivere vormen van aankoopfinanciering, oftewel objectfinanciering. Dit betekent (met name) dat het terughalen van onder eigendomsvoorbehoud geleverde goederen en een aantal leaseconstructies niet langer onder de meldingsplicht vallen.

Mocht u hier meer over willen weten of een situatie aan de hand hebben die mogelijk onder de meldingsplicht valt, neemt u dan contact met ons op!

 

Deel deze pagina:

Contactpersoon