Geen formele rechtskracht bij indirecte verwijzing naar financiële voorwaarde in vrijstellingsbesluit29 juli 2013

Mede gelet op het rechtszekerheidsbeginsel dient uit een besluit zelf duidelijk te blijken welke voorwaarden daaraan zijn verbonden. Aldus is voor de belanghebbende ook duidelijk of hij tegen het besluit bezwaar (kan en) moet maken teneinde te voorkomen dat een bepaalde voorwaarde, zoals in dit geval een betalingsverplichting, als onderdeel van het besluit formele rechtskracht verkrijgt. Dat in de ruimtelijke onderbouwing die bij het (vrijstellings)besluit behoort wel mede naar de gesloten bevoegdhedenovereenkomst is verwezen, brengt niet mee dat de in die overeenkomst opgenomen betalingsverplichting rechtens geacht moet worden deel uit te maken van het besluit of dat het besluit in die zin moet worden uitgelegd.

Dit heeft de Hoge Raad geoordeeld in zijn arrest van 14 juni 2013 (LJN nr. BZ0520). In dit geding had de gemeente Horst aan de Maas in het kader van de zogenaamde Ruimte voor Ruimte-regeling door middel van een bevoegdhedenovereenkomst een vergoeding van
€ 89.957,12 bedongen voor het verlenen van een vrijstelling van het toepasselijke bestemmingsplan ten behoeve van de bouw van een woning op een aan verweerder in cassatie toebehorend perceel. Verweerder in cassatie had, nadat aan hem de verzochte vrijstelling was verleend, geweigerd het bedrag aan de gemeente te betalen.

Van het vrijstellingsbesluit maakte de ruimtelijke onderbouwing uit waarbij werd verwezen naar de bevoegdhedenovereenkomst met daarin de financiële bepaling. De bevoegdhedenovereenkomst was ook als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Het besluit tot verlening van de vrijstelling had inmiddels formele rechtskracht verkregen. Volgens de gemeente strekte de formele rechtskracht zich ook uit tot de betalingsverplichting in de bevoegdhedenovereenkomst.

Anders dan de Advocaat Generaal in zijn conclusie oordeelt de Hoge Raad dat niet kan worden gezegd dat de betalingsverplichting deel uitmaakt van het vrijstellingsbesluit. De formele rechtskracht van het besluit strekt zich dus niet tevens uit tot de betalingsverplichting in de bevoegdhedenovereenkomst.

De vraag of de gemeente op zichzelf door middel van een bevoegdhedenovereenkomst een vergoeding mocht bedingen voor het verlenen van een vrijstelling blijft door de Hoge Raad helaas onbeantwoord. Of deze betalingsverplichting een onaanvaardbare doorkruising van de WRO (oud) opleverde zal mogelijk nog eens in een ander arrest aan de orde komen.    

Deel deze pagina: