Staatssteun bij gebiedsontwikkeling: ABRvS 19 juni 201329 juli 2013

Bij een bestemmingsplanprocedure wordt geregeld aangevoerd dat het plan financieel-economisch niet uitvoerbaar is vanwege het argument dat ongeoorloofde staatssteun is verleend.

Een recente uitspraak hierover is die van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 19 juni 2013 (LJN nr. CA3693) over het bestemmingsplan "Nieuw Mariënpark" van de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Aangevoerd werd dat sprake was van ongeoorloofde staatssteun omdat de gemeente ten behoeve van de realisering van het plan grond had verkocht die veel meer waard zou zijn dan de verkoopprijs. De makelaar die de taxatie had verricht zou bovendien niet onafhankelijk zijn. Ook zou onvoldoende inzicht bestaan in de omvang en het gevolg van het negatieve resultaat van de exploitatie.

De Afdeling overweegt eerst conform vaste jurisprudentie dat een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van het plan, waaronder ook de financieel-economische uitvoerbaarheid is begrepen, slechts kan leiden tot vernietiging van het bestreden besluit, indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen een periode van in beginsel tien jaar. Aan dit criterium is volgens de Afdeling in beginsel niet reeds voldaan, indien aannemelijk wordt gemaakt dat staatssteun die plaats heeft of heeft gehad kan worden teruggevorderd. Ingevolge artikel 2, onder a, in samenhang met artikel 3 van de "Mededeling van de Commissie betreffende staatssteunelementen bij de verkoop van gronden en gebouwen door openbare instanties" (PB 1997 C 209) hoeven transacties die tot stand zijn gekomen tegen op zijn minst de marktwaarde die door onafhankelijke taxateurs voorafgaand aan de verkooponderhandelingen is vastgesteld niet bij de Europese Commissie te worden aangemeld ter beoordeling of sprake is van staatssteun.

Vervolgens oordeelt de Afdeling dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd binnen de planperiode. De verkoopprijs kwam overeen met de getaxeerde waarde. Er is niet aannemelijk gemaakt dat de makelaar niet als onafhankelijke deskundige kon worden aangemerkt. Tot slot is - vertrouwelijk - een exploitatieberekening overgelegd waarbij alle kosten en opbrengsten van de grondexploitatie zijn opgenomen. Er is inzicht verstrekt in het resultaat op de vastgoedexploitatie. Het negatieve resultaat werd gedekt door een bijdrage van de projectontwikkelaar. De projectontwikkelaar had verklaard dat zij bereid én financieel in staat was de werkzaamheden ter verwezenlijking van het bestemmingsplan uit te voeren en voor haar rekening en risico te zullen uitvoeren. 
Betekent het voorgaande nu dat de gemeente Leidschendam-Voorburg in het geheel niet meer hoeft te vrezen voor de Europese Commissie?
Neen. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft eerder meegemaakt dat de Afdeling had geoordeeld dat niet aannemelijk werd geacht dat staatssteun werd verleend en dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan niet in gevaar zou komen, terwijl de Europese Commissie terugvordering gelastte van verleende ongeoorloofde staatssteun. Het ging daarbij om een verlaging van de overeengekomen grondprijs en een kwijtschelding van de exploitatiebijdrage. Zie ABRvS 14 juli 2010 (zaaknr. 200807269/1/H1) en Beschikking van de Commissie van 23 januari 2013 (C 2013/87). Overigens was nadien nog verzocht om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2010 maar dat verzoek is afgewezen. Zie ABRvS 27 februari 2013 (zaaknr. 201206722/1/A1).

Gemeenten en marktpartijen zullen zich steeds af moeten vragen of mogelijke staatssteunrisico's op de loer liggen. Zelfs als een bestemmingsplan overeind blijft bij de bestuursrechter, is het mogelijk dat de Europese Commissie oordeelt dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun en terugvordering gelast.   

Deel deze pagina: