Geheimhouding van adviezen van derden16 augustus 2013

Een bestuursorgaan dat advies inwint bij een advocaat, accountant of andere adviseur moet zich er van bewust zijn dat belanghebbenden interesse zullen hebben in de inhoud van die adviezen. Gelijktijdig met menig bestemmingsplanprocedure worden diverse verzoeken op basis van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend, strekkende tot openbaarmaking van de (vaak strategische) adviezen die het bestuursorgaan ten behoeve van de voorbereiding van de besluitvorming heeft ingewonnen.

De gemeentelijke bestuursorganen hebben op grond van de Gemeentewet en de Wet openbaarheid van bestuur enkele mogelijkheden bepaalde stukken geheim te houden, die van belang zijn voor de goede besluitvorming, doch waarvan openbaarmaking het belang van de gemeente zou (kunnen) schade.

Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 augustus 2013 (nr. 201203788/1/A3) blijkt dat een goede inzet van het beschikbare instrumentarium van belang is (lees hier de volledige uitspraak).

Indien de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester bepaalde documenten onder geheimhouding in de raadsvergadering willen behandelen, althans die documenten eerst onder embargo aan de gemeenteraad willen voorleggen dient het betreffende bestuursorgaan toepassing te geven aan artikel 25 van de Gemeentewet.

Bij toepassing van artikel 25 van de Gemeentewet dient echter wel goed in de gaten gehouden te worden dat opvolging wordt gegeven aan het besluit tot geheimhouding. Indien het besluit tot geheimhouding niet door de gemeenteraad is genomen, dient het besluit door de gemeenteraad bekrachtigd te worden. Die bekrachtiging kan enkel plaatshebben als meer dan de helft van de raadsleden blijkens de presentielijst de raadsvergadering bijwoont. Zonder bekrachtiging vervalt de verplichting tot geheimhouding van rechtswege. Dit kan – zeker in een politieke arena als de gemeenteraadsvergadering – belangrijke consequenties hebben, dus houdt bij het agenderen van met toepassing van artikel 25 van de Gemeentewet geheim te houden stukken altijd het besluitvormingsproces in de gaten.

Artikel 55 van de Gemeentewet kent eenzelfde regeling voor de vergaderingen van het college van burgemeester en wethouders. Het opvallende verschil is dat deze geheimhoudingsverplichting niet van rechtswege kan vervallen, maar alleen wanneer het betrokken bestuursorgaan of de gemeenteraad de geheimhoudingsverplicht opheft.

De bepalingen uit de Gemeentewet zijn met name te kenschetsen als formele bepalingen: wie kunnen de verplichting tot geheimhouding opleggen en hoe moet dat gebeuren. De gemeentelijke bestuursorganen beschikken over deze instrumenten in het geval zij actief bepaalde stukken geheim willen houden.

De gevallen waarin geheimhouding kan worden opgelegd zijn echter niet voorgeschreven in de Gemeentewet. De Gemeentewet wijst voor de materiële kant van de geheimhouding naar de Wet openbaarheid van bestuur (‘Wob’). In artikel 10 van de Wob staan de gronden genoemd voor weigering van de openbaarmaking van documenten die onder een bestuursorgaan/overheidsinstantie rusten.

Wat heeft nu geleid tot de eerdergenoemde uitspraak van de Afdeling? In het kader van (de ontwikkeling van) een woonzorgcentrum het ‘Van Haarenshuis’ in Sint Annaparochie zijn door een tweetal advocaten adviezen uitgebracht en is er een interne strategisch-juridische notitie opgesteld.

Vermoedelijk één van de belangstellende partijen voor de herontwikkeling vraagt deze stukken bij de gemeente op onder verwijzing naar de Wob. Het college van Het Bildt weigert de stukken aan de partij ter beschikking te stellen en handhaaft die beslissing in bezwaar, waarna de gerechtelijke procedure volgt.

Voor deze bespreking is relevant op te merken dat één van de door het college gevoerde verweren is dat de betreffende stukken met toepassing van artikel 55 van de Gemeentewet onder embargo aan de gemeenteraad zijn verstrekt en de Wob aldus niet van toepassing is.

In rechtsoverweging 6.2 zet de Afdeling uiteen dat wat het college betoogt niet klopt. De Afdeling stelt eerst vast dat de verplichting tot geheimhouding van stukken ten behoeve van een vergadering van de gemeenteraad alleen met toepassing van artikel 25 van de Gemeentewet kan worden opgelegd. De Afdeling stelt vervolgens vast dat het derde lid van dat artikel een bekrachtigingsbesluit vereist en dat dat besluit in casu niet is genomen. De geheimhoudingsverplichting is daarmee komen te vervallen.

Vermoedelijk verscheen er na het lezen van deze overweging een kleine glimlach om de mond van de verzoeker: het kan toch niet anders dan dat de stukken wel openbaar gemaakt moeten worden.

Zo ver wil de Afdeling echter – mijns inziens terecht – niet gaan. Nu de geheimhouding voor de raadsleden van rechtswege is komen te vervallen wil dat niet zeggen dat geheimhouding op grond van de Wob geboden is. Dat verdient een eigenstandige afweging, te maken in de nieuw te nemen beslissing op bezwaar.


Wordt vervolgd dus!

Deel deze pagina: