Te late publicatie jaarrekening; onbehoorlijke taakvervulling of onbelangrijk verzuim?3 september 2013

In deze tijden van economische tegenwind zijn faillissementen aan de orde van de dag. Wanneer het een besloten vennootschap (B.V.) betreft die failliet gaat geldt als uitgangspunt dat de vorderingen van de schuldeisers slechts verhaald kunnen worden op het vermogen van de B.V. en niet op het vermogen van de bestuurder(s). Vaak overtreffen de schulden de baten van de B.V., zodat de schuldeisers geheel of gedeeltelijk met lege handen blijven.

Dit is echter anders indien het bestuur van de B.V. zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. In dat geval zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan.

De wet bepaalt dat een rechtspersoon, zoals een B.V., verplicht is haar jaarrekening openbaar te maken door deze te deponeren bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Verder bepaalt de wet dat, indien de B.V. failliet gaat en het bestuur van de B.V. de jaarrekening niet tijdig heeft gedeponeerd, het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en vermoed wordt dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De wet bepaalt echter ook dat een onbelangrijk verzuim hierbij niet in aanmerking wordt genomen.

Over de vraag of te late publicatie van de jaarrekening aangemerkt dient te worden als onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur dan wel als onbelangrijk verzuim, heeft onze hoogste rechter, de Hoge Raad, op 12 juli 2013 een uitspraak gedaan. (ECLI:NL:HR:2013:BZ7189)

Wat was het geval?

Een B.V. is op 17 maart 2005 failliet verklaard. De jaarrekening van de B.V. over 2003 had uiterlijk op 1 februari 2005 openbaar moeten zijn gemaakt door deponering bij het handelsregister. Die openbaarmaking heeft echter pas op 28 februari 2005 plaatsgevonden. De in het faillissement benoemde curator is een procedure begonnen tegen de bestuurder van de B.V. Volgens de curator is de bestuurder wegens onbehoorlijke taakvervulling aansprakelijk voor het tekort in het faillissement. De curator heeft gevorderd dat de bestuurder wordt veroordeeld tot vergoeding van dat tekort. Aan deze vordering heeft de curator de te late openbaarmaking van de jaarrekening over 2003 ten grondslag gelegd.

De vordering van de curator werd door de rechtbank afgewezen. De rechtbank was van oordeel dat de te late openbaarmaking van de jaarrekening in dit geval een onbelangrijk verzuim was en dat dit geen onbehoorlijke taakvervulling opleverde. Het gerechtshof dacht daar in hoger beroep echter anders over en wees de vordering van de curator alsnog toe. Volgens het hof was geen sprake van een onbelangrijk verzuim en had de bestuurder niet het vermoeden ontzenuwd dat de met de te late openbaarmaking vaststaande onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak was van het faillissement van de B.V.

De bestuurder ging tegen de uitspraak van het hof in cassatie bij de Hoge Raad. De klachten van de bestuurder tegen de uitspraak van het hof worden door de Hoge Raad gegrond bevonden. Volgens de Hoge Raad is beslissend of de door de bestuurder aangevoerde omstandigheden een aanvaardbare verklaring opleveren voor de te late publicatie van de jaarrekening. In dat geval is het verzuim niet aan te merken als een blijk van een onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur. Volgens de Hoge Raad komen de door de bestuurder aangevoerde omstandigheden erop neer dat de te late openbaarmaking valt terug te voeren op een misverstand. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof dat opnieuw dient te beslissen over de vordering van de curator. Wordt dus vervolgd!

 

Deel deze pagina: