Belanghebbendenbegrip bij rechtspersonen; denk om statuten!9 september 2013

Op 13 maart 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over het belanghebbendenbegrip bij rechtspersonen (201204241/1 en 201204428/1). In mijn annotatie bij deze uitspraak (gepubliceerd in het tijdschrift AB 2013/261) heb ik aan de hand van de jurisprudentie de belangrijkste aandachtspunten op een rij gezet. Hierbij een kort overzicht. 

Een rechtspersoon kan alleen maar bezwaar en beroep instellen tegen een besluit van een bestuursorgaan als zijn belang rechtstreeks bij dat besluit betrokken is.  

Uit artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) volgt dat onder de belangen van een rechtspersoon mede worden beschouwd de algemene en collectieve belangen die hij krachtens zijn doelstellingen en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigt.

Het gaat hierbij om de belangen die een rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling in het bijzonder behartigt. De doelstelling dient derhalve voldoende specifiek en niet te algemeen geformuleerd te zijn. Hieraan wordt voldaan als de doelstelling zowel geografisch als functioneel beperkt is. Het moet derhalve gaan om een afgebakend gebied (bijvoorbeeld de gemeente Leiden) en een specifiek onderwerp (bijvoorbeeld het behoud van de grachten).  Voorts moeten de feitelijke werkzaamheden passen binnen deze statutaire doelstelling. Het louter in rechte opkomen tegen besluiten kan als regel niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van de Awb.

Dit komt in voornoemde uitspraak van 13 maart 2013 duidelijk naar voren. Het ging om een stichting die blijkens haar statuten als doel had het behouden van de natuurwaarde in een bepaald gebied. Het betrof derhalve een specifieke doelstelling. De stichting vreesde dat de natuurwaarde in dit gebied als gevolg van het vastgestelde bestemmingsplan verloren zou gaan. Om deze reden had de stichting ingesproken tijdens de raadsvergaderingen die over het (ontwerp-) bestemmingsplan gingen en informatieavonden voor buurtbewoners gehouden. De Afdeling overweegt dat deze feitelijke werkzaamheden allemaal verband houden met de bestemmingsplanprocedure. Het louter in rechte opkomen tegen besluiten, zoals een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, kan volgens de Afdeling in de regel niet worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van de Awb. 

Vervolgens overweegt de Afdeling dat uit de doelstelling van de stichting niet kan worden afgeleid dat zij opkomt voor de belangen van omwonenden van het plangebied, waarna de Afdeling tot de conclusie komt dat het beroep van de stichting niet-ontvankelijk is.

Deze laatste overweging van de Afdeling is zeer relevant. Er dient namelijk een onderscheid gemaakt te worden tussen het behartigen van algemene belangen (bijvoorbeeld natuurbehoud) en collectieve belangen (bundeling van individuele belangen). Anders dan bij het behartigen van algemene belangen, wordt in de jurisprudentie bij het behartigen van collectieve belangen de eis van het verrichten van feitelijke werkzaamheden namelijk niet gesteld.

Let wel: uit de statutaire doelstelling dient te volgen of de rechtspersoon voor algemene en/of collectieve belangen opkomt. In de uitspraak van 13 maart 2013 had de stichting weliswaar aangevoerd op te komen voor de belangen van omwonenden in het plangebied, maar bleek dit niet uit haar statutaire doelstelling. Als de stichting dit wel in haar statutaire doelstelling had opgenomen dan was zij mogelijk wel belanghebbende geweest.

Deel deze pagina:

Contactpersoon