Doorbreking rechtsmiddelenverbod?16 september 2013

Door een aantal belanghebbenden is bezwaar gemaakt tegen het plan van toedeling in de ruilverkaveling 'Baarderadeel'. Door de rechtbank Leeuwarden zijn de bezwaren van de belanghebbenden bij vonnis van 31 augustus 2011 voor een deel ongegrond verklaard. Omdat in de Landinrichtingswet [1] is bepaald dat tegen zo'n uitspraak van de rechtbank omtrent bezwaren tegen het plan van toedeling geen rechtsmiddelen open staan, zou dit betekenen dat de belanghebbenden geen rechtsmiddel  tegen het vonnis kunnen instellen.

Hoewel niet duidelijk is of de belanghebbenden zich bewust waren van het in de Landinrichtingswet opgenomen rechtsmiddelenverbod, hebben zij cassatieberoep ingesteld tegen voornoemd vonnis. De Hoge Raad heeft zich bij arrest van 6 september 2013 uitgelaten over de vraag of dit cassatieberoep - ondanks het rechtsmiddelenverbod - ontvankelijk is.

De Hoge Raad overweegt dat uit zijn vaste rechtspraak volgt dat een dergelijk cassatieberoep toch ontvankelijk is, indien erover wordt geklaagd dat de rechtbank een of meer artikelen van de Landinrichtingswet betreffende (de vaststelling van) het plan van toedeling ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel dat bij de totstandkoming van de uitspraak essentiële vormen zijn verzuimd. Verder overweegt de Hoge Raad dat voor de doorbreking van het rechtsmiddelenverbod op laatstgenoemde grond nodig is dat aan de klacht ten grondslag ligt dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken.

Aangezien door de belanghebbenden in hun cassatieberoep niet één van voornoemde doorbrekingsgronden is aangevoerd, verklaart de Hoge Raad de belanghebbenden niet-ontvankelijk in hun beroep. Daarbij overweegt de Hoge Raad nog dat een ontbrekende of ontoereikende motivering van de rechtbank niet kan worden aangemerkt als een klacht over schending van een zo fundamenteel rechtsbeginsel dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken, en dus geen grond vormt voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod. Dit is in lijn met zijn vaste rechtspraak.

 

[1] De Landinrichtingswet is per 1 januari 2007 ingetrokken en vervangen door de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg). De Landinrichtingswet blijft echter wel van toepassing op landinrichtingsprojecten die, net als onderhavig landinrichtingsproject, op 1 januari 2007 reeds in voorbereiding of in uitvoering waren.

Deel deze pagina: