Verjaring bij inning van dwangsommen: waakzaamheid is geboden!1 oktober 2013

In de praktijk gebeurt het geregeld dat verbeurde dwangsommen nog niet door het bestuursorgaan worden ingevorderd zolang nog een (bezwaar)procedure loopt tegen de opgelegde last onder dwangsom. Het nemen van de invorderingsbeschikking wordt dan uitgesteld tot na de beslissing op bezwaar. Het bestuursorgaan is vaak in de veronderstelling dat er in dat geval uitstel van betaling wordt verleend en dat daarmee de lopende verjaring wordt gestuit of opgeschort. Dit is een misvatting.

De in artikel 5:35 Awb geregelde bevoegdheid tot invordering van een verbeurde dwangsom verjaart een jaar na de dag waarop de dwangsom is verbeurd. De verjaringstermijn wordt echter op grond van artikel 4:111 lid 1 Awb verlengd met de tijd gedurende welke sprake is van uitstel van betaling. Dit uitstel kan het bestuursorgaan krachtens artikel 4:94 lid 1 Awb verlenen.

Bij uitspraak van 19 juni 2013  (ECLI:NL:RVS:2013:CA3682) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd dat het uitstellen van het nemen van de invorderingsbeschikking geen uitstel van betaling in de zin van artikel 4:94 Awb behelst. De mededeling van het bestuursorgaan om voorlopig niet over te gaan tot inning van verbeurde dwangsommen houdt slechts in dat het bestuursorgaan vooralsnog niet met een invorderingsbeschikking de invorderingsprocedure zal starten voor het afdwingen van de betaling van de verschuldigde dwangsommen. Deze mededeling houdt niet in dat het bestuursorgaan uitstel van betaling van de van rechtswege ontstane verplichting tot betaling van de dwangsommen verleent.

De verjaring van de invorderingsbevoegdheid ex artikel 5:35 Awb wordt dus niet gestuit of opgeschort door een uitstel tot het nemen van de invorderingsbeschikking. Terzijde merk ik op dat de invorderingsbeschikking zelf ook geen stuitingshandeling is. Ik wijs in dit verband op een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 11 juli 2013(ECLI:NL:RBGEL:2013:1567).

De betalingsverplichting moet los worden gezien van het invorderingstraject. Op grond van artikel 5:33 Awb ontstaat door het verbeuren van de dwangsommen van rechtswege de verplichting om de verbeurde dwangsommen te betalen. Uitstel van de betalingsverplichting zelf schort wel de verjaring van de invorderingsbevoegdheid op omdat de verjaring daaraan is gekoppeld.

Het bestuursorgaan mag overigens op grond van artikel 5:37 lid 1 Awb pas aanmanen tot betaling van verbeurde dwangsommen nadat een invorderingsbeschikking is genomen.

Het bestuursorgaan zal zich dan ook goed moeten realiseren dat na het verbeuren van dwangsommen weliswaar de verplichting ontstaat om de dwangsommen te betalen en dat van deze betalingsverplichting uitstel kan worden verleend maar dat het uitstellen van het nemen van de invorderingsbeschikking geen uitstel van betaling behelst waarmee de verjaring kan worden gestuit/opgeschort.  Uit de formulering van de mededeling dient duidelijk te blijken dat sprake is van een uitstel van de betalingsverplichting en niet van een uitstel van de invorderingsbevoegdheid.
Waakzaamheid is geboden!

Heeft u hierover vragen? Dan kunt u altijd vrijblijvend contact met mij opnemen!

 

 

Deel deze pagina: