Onteigeningsvergoeding aan alcoholproducent Nedalco geen staatssteun10 oktober 2013

De Europese Commissie heeft op 2 oktober 2013 geoordeeld dat de door de gemeente Bergen op Zoom aan acoholproducent Nedalco betaalde onteigeningsvergoeding voor de verplaatsing van zijn onderneming geen ongeoorloofde staatssteun is. Er is volgens de Commissie geen sprake van een selectief voordeel voor de onderneming.

De gemeente Bergen op Zoom en Nedalco hadden in 2004 een overeenkomst gesloten over de schadevergoeding voor de verhuizing van Nedalco van een bedrijfsterrein dat de gemeente wilde gebruiken. Op het moment dat de schadevergoeding moest worden betaald, stelde de gemeente zich op het standpunt dat Nedalco geen recht had op een volledige schadevergoeding, maar alleen op de marktwaarde van het bedrijfsterrein. De gemeente stelde zich op het standpunt dat sprake was van ongeoorloofde staatssteun.

De Commissie is van oordeel dat er in principe geen sprake is van een onrechtmatig economisch voordeel als de vergoeding wordt betaald als gevolg van overheidsoptreden, bijvoorbeeld in het geval van onteigening. In dit kader kan tevens gewezen worden op de Commissiebeschikkingen d.d. 16 juni 2004 (Akzo Nobel) en 20 december 2006 (Autodemontagebedrijf Steenbergen). De Europese Commissie heeft tevens onderkend dat schadevergoeding op basis van een minnelijke schikking ook is toegestaan binnen de reikwijdte van de mogelijkheden van onteigening. Zie in dit kader ook Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen d.d. 1 juli 2010 (AB 2012/27) (gevolgd door een beschikking van het Hof van Justitie d.d. 6 oktober 2011 waarin het arrest van het Gerecht wordt bevestigd).

De Commissie is voorts van oordeel dat in bepaalde omstandigheden een vergoeding kan worden verleend die hoger is dan de werkelijke marktwaarde van het terrein, zonder dat de begunstigde daardoor een onrechtmatig economisch voordeel wordt toegekend. In dit geval stelde de Commissie vast dat Nedalco niet alleen voor de loutere marktwaarde van de grond en de gebouwen recht had op een schadevergoeding, maar ook voor de andere schade die de onderneming had geleden, met name de kosten van een eventuele verplaatsing, wat een haalbare optie was op het moment dat de overeenkomst in 2004 werd ondertekend. Er was dan ook geen sprake van overcompensatie volgens de Commissie.

Zodra de niet-vertrouwelijke versie van de beschikking gereed is gemaakt zal deze bekend worden gemaakt.

Heeft u vragen over het vorenstaande? Neem dan vrijblijvend contact op.

Deel deze pagina: