Waarschuwingsplicht voor een bank jegens echtgenoot over de risico's verbonden aan een borgstelling18 november 2013

In art. 1:88 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat voor het aangaan van een particuliere borgtochtovereenkomst de toestemming van de echtgenoot vereist is. Die toestemming is overigens niet vereist wanneer sprake is van een zakelijke borg. Is die toestemming er niet, dan kan dit gevolgen hebben voor de borgstelling.

Daarnaast heeft de bank een zorgplicht jegens haar klanten. Kort gezegd komt deze zorgplicht er op neer dat banken de verplichting hebben zorgvuldig te handelen, passend advies te geven, transparant te zijn, begrijpelijke informatie te verschaffen en integere producten te verkopen.

De vraag is nu of het achterwege laten van een waarschuwing aan de echtgenoot van de particuliere borg als zij 'meetekent' onder omstandigheden toch een schending van de zorgplicht kan opleveren.

De Hoge Raad heeft zich op 12 april 2013 over die kwestie uitgelaten. In beginsel heeft de bank geen waarschuwingsplicht jegens de echtgenoot van de particuliere borg over de risico's die aan een borgstelling verbonden zijn. Onder omstandigheden kan dit echter anders zijn. De Hoge Raad overweegt namelijk:

"… hoewel de bancaire mededelingsplicht omtrent de risico's van een borgstelling zich in beginsel niet mede uitstrekt tot de echtgenoot die in gevolge artikel 1:88 zijn of haar toestemming geeft, kunnen de omstandigheden van het geval meebrengen dat, los van de vraag of de echtelijke toestemming was vereist, of de bank uit hoofde van haar bijzondere zorgplicht jegens de echtgenoot als klant een waarschuwingsplicht komt te rusten omtrent de aan de borgstelling (en de eventuele toestemming daarvoor) verbonden risico's. Schenden van deze waarschuwingsplicht kan meebrengen dat verhaal op het privévermogen van de klant naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht in de zin van artikel 6:248 lid 2 BW."

Kortom, op het moment dat de echtgenoot bij dezelfde bank bankiert als zijn/haar partner kan die relatie met de bank met zich brengen dat de bank dient te informeren over de risico's die verbonden zijn aan de borgstelling. Laat de bank dit na, dan kunnen redelijkheid en billijkheid, ex artikel 6:248 lid 2 BW, met zich brengen dat verhaal op het privévermogen van de klant door de bank onaanvaardbaar moet worden geacht.

Heeft u vragen? Neemt u dan gerust contact op met ondergetekende.  

 

Deel deze pagina: