Geen ernstige beroepsfouten21 november 2013

De rechtbank Noord-Holland concludeert in haar uitspraak van 29 oktober 2013 (ECLI:NL:RBNHO:2013:9802): ,,ja, tenzij…" en laat die tenzij zich nu in deze casus voordoen.

De Provincie Noord-Holland publiceert op 17 oktober 2012 de opdracht voor het verrichten van baggerwerken in de Broeker-, Trek- en Purmerringvaart”. Onderdeel van de voorwaarde voor inschrijving op deze opdracht is dat de inschrijver voldoet aan de eis “geen ernstige beroepsfout”. In het kader van de uitvoering van de opdracht behoudt de Provincie zich het recht voor de opdrachtnemer en het bestek te screenen door de Eenheid Screening en Bewakingsaanpak en kan de Provincie naar aanleiding van de bevindingen van de Eenheid bewakingsmaatregelen voorschrijven.

Aan de eisende partij in deze procedure wordt bekend gemaakt dat de Provincie voornemens is de opdracht aan haar te gunnen. In dat voorlopig gunningsvoornemen stelt de Provincie dat de gunning geen doorgang zal hebben, indien het onderzoek van de Eenheid SBA aanleiding geeft tot het aanvragen van een advies bij het Bureau BIBOB van het ministerie van Justitie en/of het uitbrengen van een negatief advies ten aanzien van de integriteit van uw bedrijf.

Het BIBOB-advies dat volgt is negatief en de Provincie stelt de eisende partij in kennis van haar voornemen de opdracht aan een ander te gunnen, waarop de eisende partij de Provincie in kort geding betrekt.

Centraal staat de vraag of “de ernstige beroepsfout” als uitsluitingsgrond gehanteerd mag worden. De voorzieningenrechter beantwoordt die vraag met een kort “ja”.

Dat laat – volgens de voorzieningenrechter – echter onverlet dat bij het toepassen van uitsluitingsgronden deze gronden ondubbelzinnig en op een niet voor misverstand vatbare wijze in de documentatie moeten worden opgenomen. In casu: als de Provincie voor de toetsing van de facultatieve en voor velerlei invulling vatbare uitsluitingsgrond “ernstige beroepsfouten” gebruik wil maken van een verstrekkend instrument voor feitenonderzoek, zoals het BIBOB-onderzoek, dan had de Provincie zulks in de documentatie  ondubbelzinnig en op niet mis te verstane wijze moeten vermelden.

De voorzieningenrechter concludeert dat de Provincie onvoldoende duidelijk is geweest in het verwoorden van de uitsluitingsgrond en onder weerlegging van de andere meer inhoudelijke verweren van de Provincie, zoals dat de eisende partij vragen had moeten stellen en dat de eisende partij “toch echt” ernstige fouten heeft gemaakt en daarmee een valse eigen verklaring had afgelegd, wordt de vordering van de eisende partij toegewezen en gebiedt de voorzieningenrechter de Provincie de opdracht, wanneer zij tot gunning overgaat, aan de eisende partij te gunnen.

Het blijft dus steeds van belang op te letten in aanbestedingsprocedures. In dit geval niet alleen in het inschrijvingstraject, maar ook nog daarna. Voor het binnenhalen van een opdracht is de procedure na het voornemen tot gunning immers evenzo belangrijk!

Deel deze pagina: