Financiële crisis in de bouw- en vastgoedwereld25 november 2013

Onvoldoende excuus, bestuurders aansprakelijk.

Bestuurders dienen ook zelf de 'tering naar de nering' te zetten. De rechtbank te Limburg komt in een uitspraak van 4 september 2013 (Rechtbank Limburg 4 september 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:8262 (publicatie 1 november 2013)) tot het oordeel dat bestuurders van het gefailleerde Vastgoed en Taxaties BV er niet in zijn geslaagd om aannemelijk te maken dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest het teruglopen van de onroerendgoedmarkt vanaf 2008 tot aan het faillissement. Dit mede op grond van de volgende overwegingen:

"De getuigenverklaringen bevestigen onder meer dat de zakelijke en privébetalingen pas aan het eind van het boekjaar werden uitgesplitst en verrekend met het loon. Dat de fiscus en het UWV hiermee akkoord zouden zijn gegaan, neemt niet weg dat gedaagden daarmee grote risico's namen met betrekking tot de financiële positie van de BV….".

"Dat bij gedaagden het besef was doorgedrongen dat zij de "tering naar de nering" moesten zetten is niet gebleken, hoewel hier, op grond van de verklaring van de accountant ("omzetdaling gelet op kostenniveau alarmerend") de eigen verklaring van gedaagde sub 2 dat het aantal transacties vanaf 2007 terugliep, alle aanleiding toe was.".

De inhoud van vorenstaande tekst geeft zonder het volledige verhaal een wat beperkt beeld. Na het lezen van de samenvatting van deze uitspraak kwam eerst als gedachte bij mij op:  "dan zullen de bestuurders het wel behoorlijk bont hebben gemaakt". In werkelijkheid lag de situatie toch wel wat genuanceerder. Na het bestuderen van de volledige tekst van de uitspraak, wordt duidelijk dat de bestuurders met name wordt verweten dat zij in 2008 nog een nieuw krediet hebben afgesloten, ondanks dat de cijfers in 2006 en 2007 al niet rooskleurig waren en zonder dat er door bestuurders zelf enig rekensommetje op los is gelaten. De bank verstrekte het krediet zonder volledige inzage in eerdere cijfers. De directie heeft wel gesneden in de kosten door personeel te ontslaan, echter wilde er niet aan dat het bedrijf kennelijk al jaren niet voldoende omzet genereerde om een voldoende inkomen voor bestuurders te realiseren. Een onvoldoende financieel beleid voorafgaand aan de financiële crisis is daarmee de belangrijkste oorzaak van het faillissement.

Persoonlijke noot: ik kom in mijn praktijk regelmatig tegen dat bestuurders vanuit oprechte goede bedoelingen te lang door zijn gegaan met hun bedrijf. Dit komt met name voor bij familiebedrijven. Het loslaten van het bedrijf, personeel dat vaak al jaren in dienst is, geeft een gevoel van schaamte of schuld. Uit vorenstaande uitspraak spreekt de les dat het soms simpelweg behoorlijker is om toch de onvermijdelijke conclusie - namelijk stoppen - niet uit de weg te gaan.

Deel deze pagina:

Contactpersoon