Staat aansprakelijk voor niet-uitbetaalde vakantiedagen zieke werknemer2 december 2013

Het Gerechtshof Den Haag heeft op 15 oktober 2013 (ECLI:NL:GHDHA:2013:3791) het oordeel van de kantonrechter Den Haag, waarin werd geoordeeld dat de Staat aansprakelijk is voor de schade die werknemers hebben geleden als gevolg van te late aanpassing van de Nederlandse vakantiewetgeving aan artikel 7 van de Arbeidstijdenrichtlijn, bevestigd.

In artikel 7 van de Arbeidstijdenrichtlijn is opgenomen dat alle werknemers jaarlijks een vakantie met behoud van loon van ten minste vier weken opbouwen. Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft bij arrest van 20 januari 2009 (C-350/06 LJN:BH0693) bepaald dat deze regeling zo moet worden uitgelegd, dat deze ook geldt voor arbeidsongeschikte werknemers. De Nederlandse wetgeving voorzag tot 1 januari 2012 niet in een regeling die bij deze uitleg aansloot. Daarin was namelijk opgenomen dat door arbeidsongeschikte werknemers slechts over de laatste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid vakantie werd opgebouwd, en niet gedurende de hele periode van arbeidsongeschiktheid. Pas per 1 januari 2012 is de richtlijn op een juiste wijze geïmplementeerd in de Nederlandse wet. In de toelichting op deze wijziging werd aangegeven dat de nieuwe wetgeving geen terugwerkende kracht had, dit in verband met de rechtszekerheid van werkgevers.

Arbeidsongeschikte werknemers die door het ontbreken van de terugwerkende kracht bij het einde van het dienstverband slechts vakantiedagen werden uitbetaald voor de laatste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid, hebben naar aanleiding van de gewijzigde wet de Staat aangesproken. Deze werknemers hadden immers schade geleden, doordat zij bij het einde van het dienstverband slechts vakantiedagen kregen uitbetaald over de laatste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid, en niet over de volledige periode van de arbeidsongeschiktheid. Volgens de werknemers had de Staat de wet al veel eerder aan moeten passen en is de Staat daarom verantwoordelijk voor de door hen geleden schade.

De kantonrechter Den Haag heeft bij uitspraken van 6 februari 2012 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7318) en 28 maart 2012 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BX1682) de werknemers in het gelijk gesteld en geoordeeld dat de Staat inderdaad aansprakelijk is. De Staat was te laat geweest met de implementatie van de Richtlijn. In de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 15 oktober 2013 zijn deze uitspraken bevestigd, en werd de Staat opnieuw in het ongelijk gesteld. De Staat heeft aangekondigd dat zij tegen de uitspraak van het Hof in cassatie gaat.

Wordt vervolgd…  

 

Deel deze pagina:

Contactpersoon