Een bouwmarkt voorziet niet in eerste levensbehoeften27 december 2013

De door eigenaars soms zo gewenste vergunning om aan een gebouw een nieuwe functie te kunnen geven, zodat investeringen kunnen worden terugverdiend en verpaupering wordt tegengegaan, stuit regelmatig op bezwaren van derden. Want de omtovering van een leegstaand bedrijfsgebouw tot - bijvoorbeeld - een Aldi supermarkt of Hornbach bouwmarkt, kan de concurrentieverhoudingen tussen - voortbordurend op de genoemde voorbeelden - supermarkten of bouwmarkten, beïnvloeden.

Het is echter geruime tijd vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in Nederland, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gevestigd te Den Haag, dat de mogelijke verstoring van concurrentieverhoudingen geen reden kan zijn om de benodigde bestemmingswijziging of omgevingsvergunning te weigeren. De overheid dient zich volgens de hoogste bestuursrechter niet te bekommeren om concurrentieverhoudingen maar slechts om de vraag of de bestemmingswijziging of vergunningverlening kan leiden tot "een ontwrichting van het voorzieningenniveau". Hoewel in de huidige retailmarkt een toename van leegstand op de loer ligt, zal in een concreet geval niet snel kunnen worden aangetoond dat de vestiging van een winkelbedrijf in een leegstaand bedrijfsgebouw zal leiden tot ontwrichting van het voorzieningenniveau. Daarvoor dient niet alleen te worden aangetoond dat de vestiging op de ene locatie leidt tot leegstand op een andere locatie maar bovendien dat de consequentie van dat alles zou zijn dat inwoners van een gemeente niet meer op een aanvaardbare afstand van hun woonlocatie dagelijks inkopen zouden kunnen doen.

In recente jurisprudentie oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak bovendien dat van een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau slechts dan sprake kan zijn indien inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun "eerste levensbehoefte". De hoogste bestuursrechter oordeelt dat een speelgoedwinkel of een bouwmarkt naar zijn aard niet bijdraagt aan de mogelijkheid te voorzien in de eerste levensbehoeften. In het geval van de bouwmarkt mocht de gemeente zich niet beroepen op regionaal beleid gericht op spreiding van doe-het-zelf-bouwmarkten.

Hoewel het soms door de wirwar aan regels nauwelijks mogelijk lijkt medewerking van de overheid te verkrijgen voor herbestemming van een gebouw, blijkt uit deze rechtspraak dat een duidelijke grens wordt getrokken. De overheid mag de vrije marktwerking, ook op lokaal niveau, niet belemmeren.

Deel deze pagina:

Contactpersoon