Problemen bij grondbeleid; nieuw instrument Stedelijke Herverkaveling6 januari 2014

In zijn brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 20 december 2013 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 27 581, nummer 47) maakt de minister duidelijk hoe gereageerd gaat worden op de problemen die er momenteel zijn bij de gemeentelijke grondbedrijven. Uit de brief valt op te maken dat door de crisis de gemeentelijke grondbedrijven in 2012 een totaal verlies hebben opgelopen van 1,1 miljard euro, exclusief de verliezen in de publiek private samenwerking. Het totaal genomen verlies en winstverdamping over de jaren 2010 tot en met 2012 bedroeg 3,3 miljard euro.

Uiteraard heeft de crisis geleid tot aanpassing van de gemeentelijke werkwijze bij het grondbeleid. Geconstateerd wordt dat met name wordt ingezet op kansrijke plannen, dat plannen worden geschrapt, dat plannen worden versoberd en dat gekozen wordt voor woningbouwprogramma's met minder dure koop- en meer huurwoningen. Overigens zijn de gemeenten er nog niet helemaal. Het accountantskantoor Deloitte schat dat gemeenten nog met verliezen voor een bedrag van 0,7 tot 2,7 miljard euro geconfronteerd kunnen worden.
Overigens is het aantal gemeenten dat zich voor onoverkomelijke problemen ziet gesteld klein.

De brief van de minister

De minister begint te stellen dat de gang van zaken in het afgelopen jaar geen aanleiding geeft tot ingrijpende beleidswijzigingen. Wel wil het kabinet gebiedsontwikkeling vergemakkelijken door ontstane knelpunten in de bestaande wet- en regelgeving weg te nemen. Een bestaand knelpunt zijn met name de hoge grondprijzen. Het is volgens de minister van belang dat gemeenten realistische grondprijzen hanteren.

De minister stelt vervolgens:


"Het heeft de voorkeur dat gemeenten grondprijzen voor nieuwe gronduitgiftes residueel bepalen. Zij kunnen overigens ook een competitie of een veiling organiseren."

Ingezet wordt ook op het meer bewustmaken van gemeenteraadsleden van de aspecten van het grondbeleid. De Tweede Kamer heeft bepleit dat raadsleden die in 2014 zullen aantreden een goede scholing kunnen genieten. Ook heeft de VNG op 9 december 2013 een nieuwe handreiking ("Grondbeleid voor Raadsleden") gepresenteerd.

In het slot van zijn brief presenteert de minister een agenda voor het grondbeleid. Geanticipeerd wordt op de nieuwe Omgevingswet. De nieuwe Omgevingswet (verwachte inwerkingtreding 2018) zal uit moeten gaan van de volgende uitgangspunten:

- verruiming van de mogelijkheden van flexibel grondbeleid;
- handhaving van een gevarieerder en evenwichtiger gereedschapskist;
- het versterken van de mogelijkheden voor het voeren van een faciliterend grondbeleid.

De nieuwe Omgevingswet zal ruimte bieden voor flexibele plannen, waarbinnen initiatieven van allerhande aard een plaats kunnen krijgen. Het aantal planfiguren wordt verminderd, procedures worden ingekort en het onderzoek wordt efficiënter ingericht. Hierdoor kunnen gemeenten wat gemakkelijker inspelen op initiatieven.

Faciliterend

Een belangrijk uitgangspunt is ook de versterking van het faciliterend grondbeleid. Vastgesteld wordt dat ruimtelijke plannen meestal alleen gerealiseerd kunnen worden met inzet van zowel instrumenten van het actieve als van het faciliterende grondbeleid. Onteigening kan toch aan de orde zijn in gevallen van faciliterend grondbeleid in een situatie waarin één of enkele eigenaren de plannen van een groep van andere eigenaren blokkeert. Het is de bedoeling de afdeling grondexploitatie van de Wet ruimtelijke ordening zoveel mogelijk integraal in de Omgevingswet over te nemen, waarbij gelet wordt op de voordelen van faciliterend grondbeleid; weinig financiële risico's, goede mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling door eigenaren en bewoners zelf. Het kabinet overweegt daarom om een nieuw instrument te introduceren, namelijk stedelijke herverkaveling.

Stedelijke herverkaveling

Stedelijke herverkaveling is volgens de minister het ruilen van grondbezit (met verrekening van waardeverschillen tussen eigenaren om de ontwikkelingen mogelijk te maken).

In Nederland bestaat met herverkaveling al enige ervaring in het landelijk gebied. Men kent daarvoor zelfs een wettelijke regeling. Voor het stedelijke gebied bestaat er evenwel geen wettelijke regeling. Onderzocht zal nu worden of er reële behoefte aan een wettelijke regeling in de praktijk is en of deze op eenvoudige en bruikbare wijze kan worden ontworpen. Eind januari 2014 zal de subcommissie "Stedelijke Herverkaveling" van het programma "Eenvoudig Beter" advies uitbrengen over de uitgangspunten voor een dergelijke wettelijke regeling.

Afronding

Tot slot is het de bedoeling dat er één geïntegreerde Omgevingswet komt, waarvoor eveneens wordt beoogd de Wet voorkeursrecht gemeenten, de Onteigeningswet en de Wet Inrichting Landelijk Gebied in hun geheel daar naartoe over te brengen.

Of het instrument van de stedelijke herverkaveling in de praktijk de effecten zal hebben die de minister zich er van voorstelt, zullen we moeten afwachten, maar het is op zich wel een interessante ontwikkeling, die zeker bij niet te veel versnipperd eigendom en een goede waardebepaling perspectieven biedt.

Voor vragen over het grondbeleid en de daarmee gepaard gaande juridische instrumenten kunt u natuurlijk altijd bij onze afdeling Vastgoed terecht.

Deel deze pagina:

Contactpersoon