Blijf kritisch wanneer u onder uw borgtocht wordt aangesproken!3 april 2014

Bij een borgtochtovereenkomst zegt een derde toe zich ten gunste van een schuldeiser, meestal de bank, te verbinden voor de nakoming van de overeenkomst van een ander, de schuldenaar, met de bank. De borgtochtovereenkomst is in bepaalde gevallen vernietigbaar. Dit onderwerp blijft de gemoederen dan ook bezig houden. Zo ook in een zaak waarin de rechtbank op 17 juli 2013 vonnis heeft gewezen.

In de betreffende zaak is sprake van een directeur en groot aandeelhouder ('DGA') van een B.V. ('holding') die aandelen heeft in een andere B.V ('dochtervennootschap'). Die dochtervennootschap vormde, op haar beurt, samen met een derde een vennootschap onder firma. Die derde werd vervolgens uitgekocht door de dochtervennootschap. Om dit te kunnen doen, heeft de bank een financiering aan de holding en dochtervennootschap verstrekt bestaande uit een geldlening die uitsluitend mocht worden gebruikt voor de uitkoopsom en een rekening-courantkrediet. Tot meerdere zekerheid heeft eiser een vermogensverklaring afgegeven. Een vermogensverklaring is een eenzijdige verklaring of overeenkomst op grond waarvan de moedervennootschap verklaart er voor in te staan dat het aansprakelijk vermogen van de dochtervennootschap niet onder een bepaald niveau zal zakken. Daarnaast heeft de DGA zich persoonlijk tot borg gesteld voor een zeker bedrag jegens de bank.

Zeker 5 jaar na de uitkoop van de derde gaat de dochtervennootschap failliet. De DGA wordt vervolgens aangesproken onder de borgtochtovereenkomst. In een bodemprocedure die daar op volgt vordert de DGA samen met zijn echtgenote in een verklaring voor recht dat de borgtochtovereenkomst door de echtgenote van de eiser rechtsgeldig is vernietigd wegens het ontbreken van haar toestemming (ex artikel 1:88 lid 1 sub c jº 1:89 lid 1 BW). Toestemming van de echtgenoot is namelijk vereist wanneer een overeenkomst wordt aangegaan anders dan in het kader van de normale uitoefening van het bedrijf.

In deze zaak splitst de discussie zich vervolgens toe op de vraag of de financiering (de geldlening voor de uitkoopsom en een rekening-courantkrediet die zijn vervat in één overeenkomst) is aangegaan in het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Of het aangaan van een kredietovereenkomst behoort tot de normale bedrijfsuitoefening hangt sterk af van de omstandigheden van het geval, waaronder het doel waarvoor het krediet is verstrekt. Hier is de nodige jurisprudentie over. Zo wordt het aangaan van een krediet in goede tijden in beginsel aangemerkt als normale bedrijfsuitoefening. Wordt daarentegen een 'turn around-krediet' aangegaan op het moment dat de onderneming zich in zwaar weer bevindt, dan heeft dit te gelden als niet normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap. Hier dient de echtgenoot mee te tekenen. Een ander voorbeeld waarin de toestemming van de echtgenoot is vereist, is de situatie waarin een bestaande kredietfaciliteit wordt opgehoogd tot een totaal van 14 keer de oorspronkelijke faciliteit.
De rechtbank oordeelt in deze zaak dat het doel van de kredietovereenkomst mede was de uitkoop van de derde, hetgeen niet tot een normale bedrijfsuitoefening behoort. Nu de DGA zich tot borg heeft gesteld ten behoeve van de geldlening en het rekening-courantkrediet in één overeenkomst kan de borgtochtovereenkomst dan ook rechtsgeldig worden vernietigd.

Had de bank in deze zaak twee overeenkomsten opgesteld, één voor uitkoopsom en één voor de rekening-courantfaciliteit, dan had zij slechts toestemming aan de echtgenote behoeven te vragen voor de geldleningsovereenkomst (bestemd voor de uitkoop) en had de bank zijn schade kunnen beperken.

Wanneer u in het verleden een borgtochtovereenkomst ben aangegaan, blijf kritisch op het moment dat de bank u onder de borgtocht aanspreekt! Het is namelijk denkbaar dat u uw aansprakelijkheid als borg kunt ontlopen.

Heeft u vragen over borgtocht of andere financieringsvraagstukken, schroomt u dan niet contact op te nemen.

Deel deze pagina: