Aanbesteden? Wees duidelijk!11 april 2014

Aanbesteden, het in de markt zetten van een opdracht, is (in theorie) heel eenvoudig.

Stel dat je als opdrachtgever een wens hebt die je vervuld wilt zien, bijvoorbeeld een zo mooi mogelijke parkeergarage tegen een zo gunstig mogelijke prijs, dan vraag je wat je wilt en dan krijg je wat je vraagt (toch?).

Hoe pak je dat aan? Je plaatst (in de ideale wereld) een aankondiging met heldere, duidelijke en ondubbelzinnige eisen, die door alle gegadigden op dezelfde wijze geïnterpreteerd worden (HvJEU 29/4/2004, C-496/99 P, CAS Succhi di Frutta, ro 111).

Nadat de inschrijvingen zijn ingediend, kies je aan de hand van die eisen de inschrijver die het beste aan die eisen voldoet en die geef je vervolgens de opdracht. Kort daarna heb je de mooie parkeergarage die je wilde hebben. Hoe simpel kan het zijn!?

Helaas is de praktijk nogal eens weerbarstiger dan de theorie en zijn de eisen toch niet zo duidelijk als de potentiële opdrachtgever op voorhand dacht. Dat blijkt maar weer uit een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over, jawel, een parkeergarage.

Het ontwerp van de betreffende garage moest voldoen aan NEN-norm 2443. Volgens de opdrachtgever, gemeente A, voldeed het maximale hellingspercentage van de garage in het ontwerp van inschrijver BHN niet aan die norm, omdat dat ontwerp niet zou voldoen aan het maximale hellingpercentage zoals weergegeven in een grafiek in de toelichting bij NEN-norm 2443.

Uit het voorwoord bij NEN-norm 2443 volgt dat de tekst van de norm leidend is. Dat is in deze van belang, omdat in de normtekst vier verschillende hellingpercentages genoemd worden, afhankelijk van de mate van openbaarheid van de parkeergarage (openbaar type A maximaal 14%, openbaar type B maximaal 15%, niet-openbaar maximaal 20% en stallingsgarage maximaal 24%). In de grafiek bij de toelichting op die norm zijn echter maar drie lijnen ingetekend, die worden aangeduid als openbaar, niet-openbaar en stalling. Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen openbaar type A of type B. Dat maakt het lastig, omdat de parkeergarage waar het hier om gaat er een van de soort openbaar type  A moet worden. Dus wat heeft dan te gelden (en was dat wel duidelijk)?

Uit de als openbaar aangeduide lijn in de grafiek in de toelichting op NEN-norm 2443 lijkt te volgen dat die lijn betrekking heeft op een parkeergarage openbaar type B. Helder is dat niet, waardoor onzeker is of die grafiek ook betrekking heeft op openbare parkeergarages van type A. In de aanbestedingsstukken stond daarover ook niets. De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente A de betreffende norm daarom op voorhand had moeten verduidelijken en dat zij BHN daarom nu niet om die reden kan uitsluiten. Een terecht oordeel.

Wat leren we hier uit?

Zorg als opdrachtgever dat de eisen die je stelt duidelijk zijn en stel alleen die eisen die strikt nodig zijn om datgene te krijgen wat je ook wilt krijgen (omdat je anders wellicht toch niet krijgt wat je vraagt).

Echter,

ook als gegadigde/inschrijver moet je goed opletten! Doet een gegadigde dat niet, dan loopt deze het gevaar dat de opdrachtgever hem verwijt dat bepaalde aspecten al voor de aanbesteding aan de orde gesteld hadden kunnen worden waardoor de gegadigde mogelijk geen recht van spreken meer heeft, hoe terecht zijn klacht achteraf bezien ook is (HvJEU 12/2/2004, C230/02, Grossmann). Controleer daarom altijd als gegadigde of je de eisen begrijpt en controleer ook de eventuele rekensommen op rare uitkomsten. Stel altijd vragen als je de eis niet begrijpt, als je tegenstrijdigheden in (de bijlagen of de toelichting op) de stukken ziet en/of als de rekensom rare uitkomsten kan geven. Blijf vragen stellen totdat het antwoord wat je krijgt helder is.

Dan zal je zien dat aanbesteden (ook in de praktijk) heel eenvoudig kan zijn.

Heeft u vragen over dit bericht of over andere juridische onderwerpen? Bel/mail gerust!

Deel deze pagina:

Contactpersoon