Onzorgvuldig contract breekt op2 mei 2014

Een recente uitspraak in kort geding van de voorzieningenrechter in Zwolle illustreert mooi hoe het ontbreken van een paar woorden in een contract grote gevolgen kan hebben. Een waarschuwing tegen onduidelijk contracteren.

Het geval was als volgt. Detacheerders Ultimum en Routz hebben beide personeel in vaste dienst dat zij detacheren aan klanten in de IT-sector. Voor een opdracht leent Ultimum personeel in bij Routz met als doel deze personen bij haar eigen klanten in te zetten. De beide detacheerders sluiten een contract waarin zij afspreken "het is leverancier [dat wil zeggen Routz] niet toegestaan om gedurende de looptijd en tot één jaar na beëindiging van deze overeenkomst werknemers/medewerkers van Ultimum in dienst te nemen, dan wel anderszins voor zich te laten werken, hetzij direct, hetzij indirect, behoudens schriftelijke toestemming van Ultimum." Ultimum en Routz spreken verder af dat op overtreding van de bepaling een boete staat van minimaal € 35.000.

Enige tijd na ondertekening blijken twee medewerkers van Ultimum weliswaar niét bij Routz, maar wél bij haar zustervennootschap SSC Plus in dienst te zijn getreden. Routz en SSC Plus hebben dezelfde moedervennootschap, SSC Plus Holding. Ultimum kan deze overstap niet waarderen: zo was het contract (volgens hen) vanzelfsprekend niet bedoeld!

Entiteitsverschillen

Ultimum vordert in kort geding dat Routz wordt veroordeeld tot betaling van (o.a.) de boete, omdat hun afspraak zo moet worden begrepen dat dat personeel van Ultimum niet bij het concern van Routz in dienst mocht treden. Ultimum verzoekt de rechter daarbij om zowel Routz, SSC Plus en SSC Plus Holding hoofdelijk te veroordelen tot betaling.

De rechter wijst de vordering echter af. In de interpretaties van de contracten baseert hij zich (zeer sterk samengevat) op de bedoeling die partijen redelijkerwijs hadden toen zij het contract sloten en vooral (omdat het twee commerciële marktpartijen betreft) op de tekstuele interpretatie van het contract. Hij kent daarbij gewicht toe aan het feit dat partijen elders in het contract expliciet bepalingen hebben opgenomen voor "Routz en/of aan haar gelieerde rechtspersonen" (dus niet alleen Routz). Als partijen dit ook hadden bedoeld ten aanzien van het indienstnemingsverbod, hadden zij dat zo dienen te formuleren, aldus de rechter. Overigens blijkt niet duidelijk uit het vonnis of Ultimum hier een doelbewust keuze in het contract had gemaakt.

De conclusie zal duidelijk zijn: bij het sluiten van contracten is het zeer van belang om te bedenken welke partijen betrokken kunnen zijn. Het benoemen van de juiste partijen en het maken van een correcte woordkeus kan cruciaal zijn.

Vereenzelviging

Ultimum bracht ook een ander argument in stelling om de boete te kunnen incasseren. Zij stelde dat Routz, SSC Plus en SSC Plus Holding misbruik maakte van de onderlinge entiteitsverschillen, o.a. omdat zij alle drie gebruik maakte van een handelsnaam (een andere naam dan de officiële naam van de entiteit die in dit stuk wordt benut) met daarin de benaming 'Routz'. De verwarring die dit met zich mee zou brengen voor buitenstaanders zou dusdanig zijn dat dit vereenzelviging van de betrokken B.V's rechtvaardigde.

Niet geheel verrassend wordt ook dit argument door de rechter gepasseerd. In andere zaken is voorheen uitgemaakt dat het inderdaad mogelijk is om zo ernstig misbruik van entiteitsverschillen te maken dat de verplichtingen van twee afzonderlijke entiteiten feitelijk moeten worden vereenzelvigd (de mogelijkheid daartoe volgt uit dit standaardarrest). In de praktijk acht de rechter hiervan in deze zaak echter geen sprake.

Wel oordeelde de rechter te Rotterdam recent nog dat een onderneming vereenzelvigd kon worden met een andere (in oprichting verkerende) rechtspersoon omdat zij voortdurend andere standpunten innam over de vraag welke onderneming partij was bij een bepaald contract. De stellingen van de verliezende partij waren daarbij dusdanig extreem (o.a. dat een contractspartij-in-oprichting, die wel reeds een contact had ondertekend, pas aan haar betalingsverplichtingen hoefde te voldoen nadat zij is opgericht, hetgeen 2½ jaar op zich liet wachten) dat vereenzelviging daarbij veel meer in de rede lag (zie hier).

In de praktijk zijn rechters zeer huiverig voor het geheel wegdenken van de grenzen tussen twee verschillende rechtspersonen. Dit komt omdat de gevolgen daarvan ingrijpend zijn, terwijl rechtspersonen nu juist worden opgericht om van de beschermende zelfstandigheid gebruik te kunnen maken. Het doel van een rechtspersoon zou wegvallen wanneer vereenzelviging te makkelijk wordt aangenomen. Veelal geeft men er in de rechtspraak de voorkeur aan om een misleidende handeling als onrechtmatige daad te bestempelen en langs deze weg aansprakelijkheid tot stand te brengen; dit is minder verstrekkend dan een algehele vereenzelviging tussen de contractspartij en een op-die-contractspartij-lijkende derde.

Ook de tweede conclusie is dus duidelijk: het 'slechten' van de grenzen tussen verschillende entiteiten is niet onmogelijk, maar verre van eenvoudig. Zie overigens hier de volledige uitspraak tussen Routz en Ultimum. De zaak is een duidelijke signaal om uw contracten altijd met zorg op te (laten) stellen; the devil is in the details!

Deel deze pagina:

Contactpersoon