Beroep instellen tegen de crisisheffing loont niet15 mei 2014

Op 7 mei 2014 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de belastingmaatregel voor werknemers die jaarlijks meer dan € 150.000 bruto verdienen, niet strijdig is met de Nederlandse belastingwet of internationale verdragen.

Deze zogenoemde 'crisisheffing' is in 2013 door het kabinet ingevoerd om het resterende gat in de begroting te dichten. De maatregel houdt in dat werkgevers over 2012 een extra heffing loonbelasting van 16 procent betalen over het loon van een werknemer dat het bedrag van € 150.000 bruto overstijgt. De crisisheffing zou aanvankelijk eenmalig zijn, maar na verlenging is de heffing ook in 2014 van kracht. Vanaf 2015 is de regeling geschrapt.

Verschillende werkgevers, waaronder voetbalclubs, zijn naar de rechter gestapt om bezwaar aan te tekenen tegen de crisisheffing. Zij deden hierbij een beroep op het ongestoord genot van eigendom zoals geformuleerd in art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Een inbreuk hierop is alleen geoorloofd wanneer dit 'in het algemeen belang' is. Omdat de heffing met terugwerkende kracht is ingevoerd zouden de werkgevers bovendien geen tijd hebben gehad om zich voor te bereiden op de crisisheffing, terwijl deze wel een aanzienlijk financieel nadeel voor hen inhoudt.

De Rechtbank Den Haag acht de crisisheffing niet strijdig met het Europese recht. Bij deze pseudo-eindheffing is volgens de rechtbank geen sprake van een ontoelaatbare aantasting van het eigendomsrecht. Volgens de rechter komt het kabinet op het gebied van het belastingrecht een ruime beleidsvrijheid toe. Hoewel de rechtbank onderkent dat de regeling een aspect van terugwerkende kracht bevat, is zij van mening dat de wetgever binnen de aan hem toekomende ruime beoordelingsmarge is gebleven. De werkgevers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake zou zijn van een individuele buitensporige last. Van strijd met het internationale gelijkheidsbeginsel van art. 26 van het IVBPR en art. 14 EVRM acht de rechtbank evenmin sprake.

Met deze uitspraak lijkt het erop dat werkgevers die naar de rechter stappen om de crisisheffing ongedaan te maken, weinig kans van slagen hebben. De rechter acht de heffing een terecht onderdeel van het pakket aan kabinetsmaatregelen om het begrotingstekort terug te dringen. Het is niet bekend of er hoger beroep is ingesteld tegen de uitspraak.

Volgens het CBS heeft de crisisheffing in het eerste jaar al ruim 628 miljoen euro opgebracht. Meer dan de helft van de opbrengst is afkomstig uit de financiële en zakelijke dienstverlening. De heffing is ook van toepassing op semipublieke instellingen, zoals ziekenhuizen en woningcorporaties. Ruim 44.000 werkgevers vielen onder de maatregel en een groot deel hiervan heeft hiertegen bezwaar aangetekend. De Belastingdienst ontving circa 10.000 bezwaarschriften over de heffing van 2012. De verwachting is dat de fiscus ook dit jaar een stroom aan bezwaren zal ontvangen.

Deel deze pagina:

Contactpersoon