Volledige loonstop bij weigeren passende arbeid door zieke werknemer25 juni 2014

(Uitspraak Hoge Raad)

Op 6 juni 2014 heeft de Hoge Raad de prejudiciële vraag van de kantonrechter Utrecht over de juiste uitleg van artikel 7:629 lid 3 BW beantwoord.

De laatste jaren werd er door rechters verschillend geoordeeld over de vraag hoe er moet worden omgegaan met een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die weigert om passende arbeid te verrichten. Stel: de werknemer heeft een contract voor 38 uur per week, en wordt door de Arbo-arts geacht om in het kader van re-integratie 10 uur per week te werken. De werknemer weigert om 10 uur per week te werken. Mag er in dat geval alleen over de uren dat de werknemer passende arbeid kan verrichten (10 uur per week) een loonstop worden opgelegd of kan de werkgever het volledige loon stopzetten (38 uur per week)? Aan deze onduidelijkheid is nu een einde gekomen.

Volgens de Hoge Raad (Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1341) komt de gehele loonaanspraak te vervallen indien een zieke werknemer weigert passende arbeid te verrichten. Derhalve ook over de uren waarvoor de werknemer arbeidsongeschikt is.

De Hoge Raad licht dit als volgt toe:

"Blijkens het vonnis van de kantonrechter en de conclusie van de Advocaat-Generaal is in de praktijk de vraag gerezen of in lid 3, onder c, de woorden “voor de tijd, gedurende welke” aldus moeten worden verstaan dat het daarbij gaat om de periode waarin de werknemer weigert passende arbeid te verrichten, of als een aanduiding van de tijdseenheden (hierna: uren) gedurende welke de werknemer, hoewel daartoe in staat, niet heeft gewerkt. De eerstgenoemde uitleg leidt tot algeheel verval van de in art. 7:629 lid 1 BW bedoelde loondoorbetalingsplicht over de desbetreffende periode. Bij de laatstbedoelde uitleg zou de werknemer zijn recht op dat loon behouden voor zover hij (nog) niet arbeidsgeschikt is. Bij de beoordeling van de vraag welke uitleg voor juist moet worden gehouden is van belang dat ook in lid 3, onder b en d tot en met f, de woorden “voor de tijd, gedurende welke” worden gebruikt. Gelet op de aard van de daarin genoemde gedragingen, kan aan deze woorden in de daar bedoelde gevallen slechts de betekenis toekomen van ‘de periode waarin’ de werknemer het desbetreffende gedrag vertoont. Om die reden is niet aannemelijk dat dezelfde woorden in lid 3, onder c, een andere betekenis zouden hebben. Een verdere aanwijzing voor een uitleg waarbij het recht op loon geheel vervalt gedurende de periode waarin de werknemer weigert passende arbeid te verrichten, is daarin gelegen dat reeds uit artikel 7:627 BW voortvloeit dat geen loon is verschuldigd voor niet gewerkte uren. Om die reden ligt een uitleg van lid 3, onder c, die inhoudt dat daarin slechts dit uitgangspunt wordt herhaald, niet voor de hand."

De Hoge Raad acht voorts van belang dat de strekking van de in artikel 7:629 lid 3, onder c BW, voorziene loonstop is om de werknemer te stimuleren zijn herstel en re-integratie te bevorderen. Een gedeeltelijke loonstop past daar niet bij.

De regels zijn nu duidelijk: weigert een zieke werknemer om passende arbeid te verrichten, dan kan het volledige loon worden stopgezet als financiële prikkel om de werknemer aan zijn re-integratie te laten werken.

 

Deel deze pagina:

Contactpersoon