Hoofdelijkheid of borgtocht ?30 juni 2014

Wanneer uw onderneming geld leent bij een bank vraagt zij vaak persoonlijke zekerheden. Regelmatig moet de directeur/grootaandeelhouder zich hoofdelijk verbinden voor de nakoming van de verplichtingen jegens de bank van zijn onderneming of borg staan voor de nakoming daarvan.

In de praktijk kan het nogal uitmaken of sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid of borgtocht. De juridische gevolgen zijn namelijk verschillend.

Kort gezegd, is de borgtocht een overeenkomst waarbij de borg (veelal de directeur / grootaandeelhouder) zich tegenover de schuldeiser, vaak een bank, verbindt tot nakoming van een verbintenis die de hoofdschuldenaar, de BV, tegenover de schuldeiser heeft of zal krijgen.

Bij hoofdelijke aansprakelijkheid is er geen sprake van zekerheidstelling maar van een medeschuldenaar die naast de andere schuldenaar voor het gehele bedrag aansprakelijk is.

Alhoewel de borgtocht een vorm van hoofdelijkheid is, zijn er verschillen. Zo speelt bij de borgtocht het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW een rol. Dit betekent dat de echtgenoot van de directeur / grootaandeelhouder mogelijk toestemming moet geven voor de zekerheidstelling en de geldleningsovereenkomst ook moet ondertekenen. Het ontbreken van de handtekening van de echtgenoot kan er toe leiden dat de overeenkomst vernietigbaar is. Daarnaast kan de borg eerst worden aangesproken tot nakoming, wanneer de hoofdschuldenaar (dus de onderneming) tekort is geschoten. Verder heeft de borgtocht een afhankelijk karakter. Dit betekent dat de verbintenis van de borg afhankelijk is van de verbintenis van de hoofdschuldenaar. Dit brengt bijvoorbeeld met zich dat de borg zich kan beroepen op de verweermiddelen die de hoofdschuldenaar jegens schuldeiser heeft. Die mogelijkheid heeft de hoofdelijk schuldenaar niet.

Het kan dus zo zijn voordelen hebben om als borg te kwalificeren.

In de literatuur en jurisprudentie is de vraag of sprake is van een borgtocht of hoofdelijke aansprakelijkheid diverse malen aan bod gekomen. Hieruit volgt dat voor beantwoording van de vraag of sprake is van hoofdelijkheid of een borgtocht bepalend is de uitleg van de geldleningovereenkomst. Alleen de bewoordingen opgenomen in de schriftelijke overeenkomst zijn niet doorslaggevend. Het gaat om de zin die partijen redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen. Verder is van belang wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Hierbij speelt onder andere een rol wie het initiatief heeft genomen tot de geldlening en wie de geleende gelden zijn betaald. Ook speelt een rol het antwoord op de vraag hoe de geldgever de positie van de directeur / grootaandeelhouder heeft mogen opvatten. Heeft hij bedoeld zich hoofdelijk te verbinden of niet?

Wanneer de bank u aanspreekt op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid is het moeite waard nog eens kritisch naar de gehele gang van zaken rondom de kredietverstrekking te kijken om te bezien of sprake is van hoofdelijkheid of een borgtocht, omdat in dat laatste geval uw positie veelal gunstiger uit kan pakken.

Mocht u aanvullende informatie willen ontvangen, dan kunt u vanzelfsprekend contact opnemen.

Deel deze pagina: