Wijzigen huwelijksgoederenregime; benadeling van schuldeisers?13 oktober 2014

Op 13 augustus 2014 heeft de rechtbank Gelderland zich uitgelaten over de vraag of de wijziging van het huwelijksgoederenregime kort voor faillissement via notariële akten kan worden gezien als een paulianeuze handeling op grond van artikel 3:45 van het Burgerlijk Wetboek.

Wat speelde er in deze zaak?

M en V zijn in 2008 getrouwd in gemeenschap van goederen. In 2010 en 2012 is dit via een tweetal notariële akten gewijzigd in een uitsluiting van iedere gemeenschap, waarbij de inboedelzaken zijn toegedeeld aan V. Een schuldeiser van M heeft hiertegen actie ondernomen. Hij heeft de notariële akten vernietigd met een beroep op artikel 3:45 BW. Dit artikel luidt (voor zover van belang):

"Indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan."

De schuldeiser van M legt vervolgens beslag op een deel van de inboedel. V komt hiertegen in verweer en vordert in een kort geding procedure dat het beslag wordt opgeheven. Door de akten zou zij namelijk eigenaar zijn geworden van de inboedel.

In deze procedure staat centraal de vraag of M en V wisten of redelijkerwijs behoorden te begrijpen dat schuldeisers van M door het opstellen en verlijden van de akten zouden worden benadeeld.

V heeft aangegeven dat het ooit de bedoeling was om bij een scheiding ieder aanspraak te kunnen maken op de helft van de inboedel. Toentertijd hadden zij echter geen rekening gehouden met een scenario waarin M in financiële problemen zou geraken. Toen die problemen zich vervolgens openbaarden, kwamen zij tot de conclusie dat de notaris hen niet volledig had voorgelicht over de 'haken en ogen' van het gekozen huwelijksregime. De notaris heeft aangeboden dit alsnog te doen, maar geadviseerd te wachten met het verlijden van de akten totdat er een wetswijziging was ingetreden. Die wetswijziging hield in dat voor het maken of wijzigen van huwelijkse voorwaarden niet langer goedkeuring van een rechter noodzakelijk was. Die goedkeuring kon namelijk door de rechter worden onthouden wanneer er gevaar voor benadeling van schuldeisers zou bestaan. Nu M en V hebben gewacht met de wijziging tot de rechterlijke goedkeuring was komen te vervallen, hebben zij voorzien dat de wijziging in het huwelijksgoederenregime de toets der kritiek niet zou doorstaan. Dit brengt de rechter tot de conclusie dat M en V wisten of behoorden te weten dat het opstellen van de akten tot een benadeling van schuldeisers zou leiden en in een bodemprocedure vermoedelijk niet anders zal worden geoordeeld. De schuldeiser van M mag zich dan ook verhalen op de inboedel.

Met vragen over dit onderwerp kunt u altijd bij ons terecht. 

Deel deze pagina: