Recht op ontbindingsvergoeding voor erfgenamen3 november 2014

De Hoge Raad heeft zich op 3 oktober 2014 uitgelaten over de vraag of de werkgever gehouden is om de toegekende ontbindingsvergoeding aan erfgenamen uit te betalen, in de situatie dat de werknemer voor de in de beschikking vastgestelde ontbindingsdatum komt te overlijden. De Hoge Raad meent - anders dan het Hof - dat dit wel het geval is.

In de zaak die voorlag was de erflater vanaf 1983 in dienst geweest bij de werkgever. In de loop van 2009 hebben partijen overeenstemming bereikt over het beëindigen van het dienstverband per 1 april 2010 waarbij de werkgever een ontbindingsvergoeding zou betalen van € 65.952 bruto. Na een pro forma ontbindingsprocedure heeft de kantonrechter deze afspraken in een beschikking vastgelegd. Op 30 december 2009 is de erflater overleden. De erfgenamen vorderden bij de werkgever uitbetaling van de ontbindingsvergoeding. De werkgever wees deze aanspraak van de hand en stelde zich op het standpunt dat deze vergoeding niet verschuldigd was, nu de arbeidsovereenkomst niet door ontbinding was geëindigd, maar van rechtswege door het overlijden dat vóór de ontbindingsdatum plaats had gevonden.

De kantonrechter heeft voor recht verklaard dat de werkgever gehouden was om de ontbindingsvergoeding uit te keren aan de erfgenamen. Van deze uitspraak is de werkgever in hoger beroep gegaan, waarna het Hof de uitspraak van de kantonrechter vernietigde. Het Hof oordeelde kort gezegd dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd, er daardoor geen sprake meer was van ontbinding en dat daardoor ook het recht op de ontbindingsvergoeding was komen te vervallen. Dat de ontbindingsbeschikking inmiddels onherroepelijk was geworden, deed volgens het Hof niets af aan dit oordeel. In cassatie vernietigde de Hoge Raad deze uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad behoudt een onherroepelijk geworden ontbindingsbeschikking zijn gelding, ook als de rechtsgrond  - in onderhavige zaak de arbeidsovereenkomst - daarvan inmiddels niet meer zou bestaan. Het oordeel van het Hof is in strijd met het gesloten stelsel van rechtsmiddelen en de rechtszekerheid. Uit het oordeel van het Hof zou immers volgen dat zonder enig rechtsmiddel (zoals hoger beroep) in te schakelen, een onherroepelijk geworden beslissing rechtskracht kan worden ontzegd. De Hoge Raad oordeelt dat de werkgever de ontbindingsvergoeding niet hoeft uit te keren in het geval dat expliciet in de ontbindingsbeschikking is opgenomen dat de vergoeding slechts verschuldigd zal zijn indien de arbeidsovereenkomst op de datum met ingang waarvan wordt ontbonden nog bestaat of wanneer een dergelijke bepaling in de onderliggende vaststellingsovereenkomst is opgenomen.

Het uitbetalen van een ontbindingsvergoeding bij overlijden was altijd een heikel punt, omdat in de rechtspraak geen duidelijk antwoord naar voren kwam. Met deze uitspraak van de Hoge Raad raden wij u als werkgever aan om in de vaststellingsovereenkomst aandacht te besteden aan een situatie als de onderhavige. Neem daarin dus altijd een bepaling op over de verschuldigdheid van de vergoeding wanneer de arbeidsovereenkomst eerder dan de afgesproken beëindigingsdatum eindigt. Dit kan overlijden zijn, maar er kan ook worden gedacht aan situaties waarbij ontslag op staande voet aan de orde is. Als u besluit tot het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door middel van een ontbindingsprocedure bij de kantonrechter, adviseren wij u om de rechter te verzoeken een gelijkluidende clausule in de ontbindingsbeschikking op te nemen.

Deel deze pagina:

Contactpersoon