Turboliquidatie: voor ondernemers... en oplichters? (I)25 november 2014

Voor het opheffen van een B.V. bedacht de wetgever een uitgebreid systeem. Helaas lopen theorie en praktijk nogal eens uiteen...

De theorie

Ondernemers kunnen om uiteenlopende redenen besluiten om een rechtspersoon op te heffen. Wellicht is de onderneming uit de B.V. verkocht of gaat de ondernemer met pensioen. Voor de ontbinding van rechtspersonen (B.V's, N.V's, stichtingen, etc.) kent de wet een uitgebreid systeem. Dat werkt als volgt:

De aandeelhouders (of, in geval van een stichting, het stichtingsbestuur) nemen in een (aandeelhouders)vergadering het besluit om een onderneming te ontbinden. Zij stellen dan een vereffenaar aan, die de onderneming moet liquideren. In de meeste gevallen is deze vereffenaar ook één van de bestuurders van de onderneming.

De vereffenaar gaat kijken naar de stand van zaken binnen de rechtspersoon. Hij controleert in de administratie welke bezittingen (activa, vorderingen, etc.) er zijn. Ook bekijkt hij welke schulden nog betaald moeten worden. Er zijn dan feitelijk drie situaties denkbaar:

  • er zijn meer bezittingen dan schulden;
  • er zijn meer schulden dan bezittingen;
  • schulden en bezittingen zijn beide afwezig.

Indien er meer bezittingen zijn dan schulden, zal de vereffenaar eerst de activa verkopen. De debiteuren worden dan geïnd en eventueel aanwezige inboedel of machines van de rechtspersoon worden verkocht. De vereffenaar stuurt de gehele afwikkeling van het bedrijf aan. Als hij daarmee klaar is, resteert een bepaald bedrag. De vereffenaar is vervolgens verplicht om een plan op te stellen waarin hij weergeeft welke activiteiten hij heeft verricht en hoe hij het resterende bedrag wil verdelen onder de aandeelhouders.

De vereffenaar is verplicht het plan vóór de liquidatie bij de KvK te deponeren. Ook dient hij hiervan een bericht in een krant te plaatsen. Hoewel deze bepaling in de huidige tijd van digitale media nogal achterhaald is, wordt hiermee voor de buitenwereld duidelijk(er) dat de rechtspersoon wordt ontbonden. Als een schuldeiser van de B.V. meent dat hij ten onrechte nog niet betaald is, kan hij bij de rechter verzet tegen het plan instellen. Schuldeisers hebben dus de mogelijkheid om te protesteren tegen de (opheffing en) verdeling van de rechtspersoon.

Zijn er echter meer schulden dan bezittingen, dan is de taak van de vereffenaar heel anders. Omdat de bedrijfsactiviteiten worden gestaakt, is er geen mogelijkheid meer om de schulden af te lossen. De vereffenaar is daarom verplicht om het faillissement van de vennootschap aan te vragen (slechts voor zeer kleine en inactieve ondernemingen zonder bezittingen is inmiddels wat afwijkende jurisprudentie ontstaan). Het faillissement kan alleen achterwege blijven indien alle schuldeisers desgevraagd instemmen met een ander scenario. Een willekeurige schuldeiser zal hier niet zomaar mee instemmen. Ook hier is er dus een waarborg voor de schuldeisers: óf de schuldeiser moet geïnformeerd worden over het voortzetten van de vereffening zonder faillissement óf na het faillissement van de betreffende onderneming zal een curator de handelswijze van de bestuurders onderzoeken. Waar nodig kan de curator tegen de bestuurder procederen als blijkt dat hij zijn onderneming niet goed ('onbehoorlijk') hebben bestuurd. Ook hier is de ontbinding derhalve niet 'zomaar' een feit.

In het derde geval (schulden en bezittingen zijn beide afwezig) is het beeld overzichtelijk. Voor een vereffenaar is er niets te doen, omdat de onderneming feitelijk al vereffend is. In dit geval houdt de onderneming direct op te bestaan. Er wordt ook geen vereffenaar aangesteld. Er is geen wettelijke mededeling aan schuldeisers verplicht, noch komt er een curator in beeld. Het benodigde besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders is bij de meeste kleine ondernemingen (met één of twee aandeelhouders) meestal snel geregeld. Zo kan het gebeuren dat een onderneming voor de buitenwereld plots ophoudt te bestaan. Omdat de vereffenaar buiten beeld blijft en de ontbinding in één dag kan worden ingeschreven in het handelsregister, spreekt men van turboliquidatie.

Het einde van een rechtspersoon in de praktijk

Het bovengenoemde systeem klinkt overzichtelijk en duidelijk, maar in de praktijk wordt het relatief weinig toegepast. Dit komt omdat de vereffenaar in de praktijk niets doet wat een bestuurder zelf (ook) niet kan. Een bestuurder die inziet dat hij zijn bedrijf wil beëindigen, bijvoorbeeld omdat het economisch erg slecht gaat, zal zelf al activa gaan verkopen. Er zijn vele manieren te bedenken waarop hij resterende bezittingen kan opmaken of verbruiken. De bestuurder zal de onderneming dus in een situatie brengen waarin er geen bezittingen of schulden zijn. Daarna is er geen noodzaak (meer) voor het aanstellen van een vereffenaar, het indienen van een plan of het plaatsen van een bericht in de krant. Bijna 80% van alle ontbindingen is dezer dagen een turboliquidatie. In de praktijk is de ontbinding van de onderneming voor schuldeisers vaak een totale verrassing.

Is deze gang van zaken kwalijk? Bij eerlijke ondernemers, die er naar streven om al hun schuldeisers te betalen, natuurlijk niet. Feit is echter dat lang niet iedere ondernemer het even nauw neemt. Ondernemingen worden regelmatig via een turboliquidatie ontbonden terwijl er nog schuldeisers onbetaald blijven. Ook zijn er genoeg voorbeelden van ondernemingen die 'verdwijnen' als duidelijk wordt dat zij in een juridische procedure het onderspit zullen delven of wanneer zij zien dat een faillissement in de toekomst dreigt. Het kan voor de schuldeiser lastig(er) worden om nog betaald te worden na een voltooide turboliquidatie. De mogelijkheden hiervoor, en de aansprakelijkheid van de bestuurders en vereffenaars in het bijzonder, belicht ik binnenkort in een tweede artikel.

Meer weten over (de mogelijke problemen bij) turboliquidatie?
Neem gerust, gratis en vrijblijvend contact op met ons team ondernemingsrecht!

 

Deel deze pagina:

Contactpersoon