Nogmaals de renteswap!19 december 2014

Op 29 april 2014 en 14 juli 2014 is in een tweetal nieuwsberichten op deze site ingegaan op de renteswap. De renteswap heeft als doel het risico van een stijging van de rente op een geldlening af te dekken. De variabele rente op de lening wordt dan tegen een vergoeding omgeruild in een vaste rente. Met enige regelmaat worden geschillen over de renteswap ter beoordeling aan een rechter voorgelegd. Zo ook de zaak waarin de rechtbank Oost-Brabant op 1 oktober 2014 vonnis heeft gewezen. In die zaak speelde het volgende.

Om zekerheid te verkrijgen over de rente die betaald zou moeten worden over een nog te verkrijgen lening is eiser op 6 mei 2008 een renteswapovereenkomst aangegaan met een bank met een looptijd tot 1 juli 2018. Hier is een bespreking aan voorafgegaan met medewerkers van de bank waar een presentatie is gegeven over de renteswap. Eiser is toen een formulier "intake treasury dienstverlening" overhandigd. Verder heeft eiser twee documenten ("intake treasury" en cliëntenprofiel treasury") ondertekend. Het cliëntenprofiel bevat de bepaling dat eiser geen ervaring heeft met derivaten en het derivaat tot doel heeft het renterisico te beperken.

De renteswap werd aangegaan in verband met een geldbedrag van € 3,5 mio dat de bank zou verstrekken voor de aanschaf van bouwgrond door eiser. Eiser heeft in augustus 2008 echter afgezien van de koop van de bouwgrond. Hij had derhalve geen behoefte (meer) aan financiering. De bank zou kort nadien telefonisch aan eiser hebben laten weten dat de renteswap kon worden afgekocht  tegen een positieve  afkoopwaarde voor eiser van € 7.000. Dit gesprek heeft volgens eiser overigens niet plaatsgevonden.

In februari 2009 hebben partijen elkaar gesproken. Als gevolg van de daling van de Euribor was de vordering van de bank op dat moment al opgelopen tot zo'n € 350.000. Dit is eiser door de bank ook kenbaar gemaakt. Eiser heeft toen geen aanleiding gezien de swap direct te beëindigen. Eiser heeft daarentegen wel een nieuw cliëntenprofiel ingevuld waarin is opgenomen dat hij inmiddels tot twee jaar ervaring had met derivaten en tussen de 1-6 renteswaps had afgesloten met een beleggingsmotief.

Kort nadien is de transactie door eiser ondergebracht in één van zijn vennootschappen. Niet veel later stellen eiser en zijn vennootschap zich op het standpunt dat de bank haar zorgplicht heeft verzaakt. Daarnaast beroepen zij zich op dwaling.

De rechtbank wijst er op dat eiser zich op het standpunt stelt dat hij kort nadat de swap was gaan lopen ondanks dat hij geen krediet had opgenomen telefonisch heeft geklaagd bij de bank. Verder heeft eiser in het gesprek in februari 2009 nogmaals geklaagd. Hieruit trekt de rechtbank vervolgens de conclusie dat eiser uiterlijk in februari 2009 op de hoogte was dat

  1. de renteswap was gaan lopen zonder dat hij de financiering had aangesproken en
  2. hij tot de conclusie was gekomen dat de renteswap niet bij hem paste.
    Dit is dan ook het moment waarop de dwaling door eiser is ontdekt.

Eiser had toen, gezien de verjaringstermijn van drie jaar (artikel 3:52 BW), uiterlijk binnen drie jaar een vordering tot vernietiging van de rechtshandeling waarbij de swap werd aangegaan in moeten stellen, maar heeft dit nagelaten. Weliswaar heeft hij mondeling zijn bezwaren geuit, maar dat is nu eenmaal onvoldoende om de verjaringstermijn te kunnen stuiten.

Eiser stelt zich subsidiair op het standpunt dat de bank heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht. Hij betoogt onder andere dat de renteswap vanaf het begin niets voor hem was en de bank onvoldoende heeft gewezen op de risico's van het product. Om tot een beoordeling te komen dient volgens de rechtbank eerst te worden bekeken of is voldaan aan artikel 6:89 BW. Dit artikel luidt als volgt:

"De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd."

De rechtbank concludeert vervolgens dat er geen sprake is van een voldoende conrete klacht door eiser in de zin van genoemd artikel. Het uiten van ongenoegen over het produkt bij twee gelegenheden is onvoldoende, temeer daar de afkoopsom op dat moment al meer dan € 300.000 was. Daar komt nog bij dat eiser in februari 2009 een nieuw cliëntenprofiel had ondertekend, waaruit valt op te maken dat hij het speculatieve karakter van de swap erkent. De vorderingen van eiser worden door de rechtbank dan ook afgewezen.

Mocht u vragen hebben over uw renteswap, bel dan gerust eens met één van onze specialisten.

Deel deze pagina: