Alle verhuurders zijn boedelschuldeisers22 januari 2015

Aldus de Hoge Raad op 9 januari 2015. Dit is van groot belang voor de verhuurders van roerende zaken. Zij krijgen nu een betere positie in het faillissement van hun huurders.

Faillissementswet

In de Faillissementswet staat een bijzondere bepaling over de beëindiging van huurovereenkomsten in faillissement. In die bepaling is opgenomen dat de curator én de verhuurder de huurovereenkomst die is aangegaan door de inmiddels failliete huurder mogen opzeggen met een maximale opzegtermijn van drie maanden. Die maximale termijn geldt ook als er contractueel een langere termijn is afgesproken. Met deze bepaling wordt voorkomen dat de huurschuld na faillissement te ver oploopt. De vordering van de verhuurder voor de periode ná de datum van het uitspreken van het faillissement wordt namelijk aangemerkt als een boedelvordering. Een boedelvordering is een vordering met een zeer hoge voorrang waarop ook regelmatig (gedeeltelijke) uitbetaling plaatsvindt bij de afwikkeling van faillissementen.

Even tussendoor: ook een vordering die ziet op onbetaald gebleven huur over de periode voorafgaand aan het faillissement, kan bij de curator worden ingediend. Deze vordering wordt aangemerkt als concurrente vordering. Op een concurrente vordering wordt vanuit faillissement gemiddeld slechts in 5% van de gevallen een (gedeeltelijke) uitbetaling gedaan.

Roerende en onroerende zaken

Het artikel in de Faillissementswet over de opzegging van huurovereenkomsten spreekt simpelweg over huur. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de huur van een onroerende zaak (zoals een bedrijfspand) en een roerende zaak (zoals een machine). Toch was nog niet expliciet duidelijk gemaakt of de huurpenningen voor de huur van roerende zaken vanaf de datum van het uitspreken van het faillissement tot het einde van de huurovereenkomst óók boedelvorderingen zijn.

Uitspraak

Toen de kantonrechter in Leeuwarden diende te oordelen over de vraag of de verhuurder van bekistingsmaterialen (roerende zaken) in het faillissement van de huurder moest worden gezien als schuldeiser met een boedelvordering, besloot hij advies te vragen aan de Hoge Raad. Op 9 januari 2015 heeft de Hoge Raad uitsluitsel gegeven: ook bij de huur van roerende zaken is de verschuldigde huur vanaf de datum van het uitspreken van het faillissement een boedelvordering.

Wat betekent dit nu voor u als verhuurder van roerende zaken? U wordt als boedelschuldeiser in het faillissement van uw huurder aangemerkt en daarmee krijgt u een gunstige(re) uitgangspositie. Maar reken u niet op voorhand rijk: kosten voor bijvoorbeeld de taxatie van de boedel van failliet, het salaris van de curator en de vordering van werknemers voor het loon vanaf de datum van het uitspreken van het faillissement, gaan nog altijd op uw vordering voor.

Bent u verhuurder en is uw huurder failliet of dreigt deze failliet te gaan? Neem dan contact op met mij of één van de andere advocaten die actief zijn op het gebied van Herstructurering en insolventie (zie ook 'Huurrecht advocaat').

Deel deze pagina:

Contactpersoon