Eigenaar woonboot heeft geen aanspraak op vergoeding van planschade10 februari 2015

Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 januari 2015 blijkt dat de eigenaar van een woonboot, die niet tevens de eigendom heeft van de zich daaronder bevindende bodem, geen aanspraak heeft op vergoeding van planschade.

Een woonboot is geen onroerende zaak…

De eigenaar van een woonboot in Haarlem diende een aanvraag in om tegemoetkoming in de planschade die zij stelde te hebben geleden ten gevolge van de inwerkintreding van een bestemmingsplan. De schade zou daaruit bestaan dat het bestemmingsplan het mogelijk maakte op een nabij de ligplaats gelegen terrein hoogbouw te realiseren. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem wees de aanvraag af. Het college stelde zich ter onderbouwing van de afwijzing, onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad van 15 januari 2010, dat het woonschip geen onroerende zaak is in de zin van artikel 3:3 van het BW. Om die reden kon volgens het college aan de vraag of sprake was van vermindering van waarde van een onroerende zaak niet worden toegekomen.

Uit artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) volgt dat een belanghebbende, die als gevolg van de inwerkingtreding van een bestemmingsplan schade lijdt in de vorm van inkomensderving of waardevermindering van een onroerende zaak, een aanvraag bij het college van burgemeester en wethouders kan indienen om toekenning van een tegemoetkoming, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor eigen rekening van de aanvrager behoort te blijven en de schade niet voldoende door een andere tegemoetkoming is gecompenseerd. De Afdeling volgt het college van burgemeester en wethouders van Haarlem in het verweer dat aan beoordeling van waardevermindering van het woonschip niet wordt toegekomen omdat een woonschip geen onroerende zaak is. De Afdeling neemt nadrukkelijk de verwijzing van het college naar de wet en de jurisprudentie van de Hoge Raad over en overweegt: "(…) Het woonschip is niet duurzaam met de grond verenigd. Dat het de bedoeling is om langdurig ligplaats in te nemen, leidt niet tot het oordeel dat het woonschip een onroerende zaak is. Het woonschip is, in theorie, verplaatsbaar, indien de verbindingen afgekoppeld worden. Beslissend is dat het woonschip niet duurzaam met de bodem of de oever is verenigd. (…)".

Maar… een woonboot is wél een bouwwerk!

Dat een woonboot niet als onroerende zaak is aan te merken, neemt niet weg dat een woonboot wel is aan te merken als een bouwwerk als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 april 2014 volgt dat daartoe niet bepalend is hoe de verbondenheid met de grond is vorm gegeven maar dat het woonschip is bedoeld om "ter plaatse als woning te functioneren".  Saillant is dat de Afdeling ter nadere onderbouwing daartoe in voornoemde uitspraak overwoog: "Dit laatste blijkt ook uit het feit dat de woonboot niet zelfstandig kan varen en sinds 1954 vrijwel onafgebroken op dezelfde plaats ligt".

Conclusie

Een woonboot is onderworpen aan het vergunningenregime van de Wabo. Voor de verbouwing van een woonboot is dus in beginsel een omgevingsvergunning nodig.

Aangezien een woonboot echter niet is aan te merken als onroerende zaak leidt de vermindering van woongenot  - die het gevolg kan zijn van een eventuele wijziging van een in de nabijheid vigerende planologische bestemming - niet tot een recht op vergoeding van planschade als bedoeld in artikel 6.1 Wro.

De beoordeling van de Afdeling mag theoretisch als zuiver worden aangemerkt maar sluit niet aan op de praktijk. Want ook voor woonboten geldt dat de waarde mede wordt bepaald door de locatie en haar omgeving. De ligplaats waar de boot - met toestemming van overheidswege - ligt is immers de locatie waarmee de drijvende woning duurzaam is verenigd.

Deel deze pagina:

Contactpersoon