Heeft vernietiging bestemmingsplan gevolgen voor omgevingsvergunning?13 februari 2015

Aan welk bestemmingsplan moet een aanvraag om een omgevingsvergunning worden getoetst als het bestemmingsplan na de aanvraag is gewijzigd? En wat gebeurt er met een verleende omgevingsvergunning als het bestemmingsplan daarna wordt vernietigd? In de uitspraak van 4 februari 2015 (zaaknr. 201405317/1) geeft de ABRvS aan hoever de zogenoemde Tegelen-jurisprudentie reikt.

Een aanvraag om een omgevingsvergunning moet in beginsel worden getoetst aan het ten tijde van het nemen van een besluit geldende bestemmingsplan. De aanvraag om een omgevingsvergunning wordt derhalve ex nunc getoetst aan het recht zoals dat geldt op het moment dat wordt beslist op de aanvraag. Het moment waarop de aanvraag wordt gedaan is derhalve niet bepalend. Als het bestemmingsplan is gewijzigd tussen het moment van het indienen van de aanvraag en de beslissing op de aanvraag, dan dient in beginsel aan het nieuwe bestemmingsplan te worden getoetst. Dit is slechts anders indien het bouwplan geheel paste binnen het oude bestemmingsplan dat gold op het moment van de aanvraag en op dat moment geen voorbereidingsbesluit voor een nieuw bestemmingsplan van kracht was dan wel een nieuw bestemmingsplan ter inzage was gelegd, waarmee het bouwplan in strijd was. In dat geval wordt de aanvraag getoetst aan het bestemmingsplan dat gold ten tijde van het indienen van de aanvraag. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 24 december 2014 (201402728/1).

Let wel: De uitzondering op de ex nunc toetsing geldt alleen als het bouwplan geheel paste binnen het oude bestemmingsplan. Als het bouwplan mogelijk kon worden gemaakt met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking dan geldt de uitzondering niet en moet aan het nieuwe bestemmingsplan worden getoetst. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 16 januari 2013 (201204756/1).

De uitspraak van de ABRvS van 4 februari 2015 betreft de situatie dat het bestemmingsplan ten tijde van het indienen van de aanvraag en de beslissing op de aanvraag niet is gewijzigd. Het college heeft ten tijde van de vergunningverlening dan ook terecht getoetst aan het destijds geldende bestemmingsplan. Het bouwplan was in strijd met dit bestemmingsplan en hiervoor is een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Zowel tegen het bestemmingsplan als tegen de omgevingsvergunning is beroep ingesteld. Het bestemmingsplan wordt vervolgens vernietigd. Heeft dit gevolgen voor de beroepsprocedure tegen de verleende omgevingsvergunning?

Op grond van artikel 8:72, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt de vernietiging van een besluit eveneens tot vernietiging van de rechtsgevolgen van dat besluit. De rechtsgevolgen van het vernietigde bestemmingsplan komen derhalve in beginsel te vervallen. In de zogenoemde Tegelen-jurisprudentie heeft de ABRvS op deze hoofdregel een uitzondering geformuleerd, voor het geval het vernietigde bestemmingsplan de activiteit toestond. In dat geval rechtvaardigt de rechtszekerheid van de aanvrager van de vergunning een uitzondering op de hoofdregel van artikel 8:72, tweede lid, van de Awb. De bestuursrechter zal in dat geval toetsen aan het vernietigde bestemmingsplan.

In de uitspraak van 4 februari 2015 heeft de ABRvS duidelijk gemaakt dat deze uitzondering niet geldt als het bouwplan niet paste binnen het vernietigde bestemmingsplan en hiervoor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is verleend. Alsdan strekt de rechtszekerheid van de aanvrager naar het oordeel van de ABRvS niet zover dat ook in dat geval een uitzondering op de hoofdregel moet worden gemaakt. De ABRvS komt dan ook tot de conclusie dat het college achteraf gezien ten onrechte aan het (inmiddels vernietigde) bestemmingsplan heeft getoetst.

Deze uitspraak van 4 februari 2015 is op zich niet opmerkelijk en ligt in lijn met de uitspraken over de toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Het rechtszekerheidsbeginsel geldt alleen als de aanvraag c.q. de omgevingsvergunning geheel past binnen het destijds geldende bestemmingsplan. Voor het college (en vergunninghouder) is de uitspraak mogelijk onbevredigend, nu het college ten tijde van het verlenen van de vergunning niet anders kon dan toetsen aan het (nadien vernietigde) bestemmingsplan.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op!

Deel deze pagina:

Contactpersoon