Aanbesteden: nergens voor nodig ?30 april 2015

Kies voor ORanLympiastad Uitzendbureau (maar niet altijd).

Die goeie oude tijd

In de dienstenrichtlijn uit 1992 staat dat een aanbesteding voor het sluiten van een arbeidsovereenkomst niet nodig is (Richtlijn 92/50/EG). Aangenomen wordt dat die bepaling ook ziet op de aanstelling van ambtenaren. Die bepaling is in 2004 gehandhaafd (Richtlijn 2004/18/EG, artikel 16 sub e). In de nieuwe richtlijn voor overheidsopdrachten (2014/24/EU, artikel 10 sub g), welke voor april 2016 moet zijn omgezet in Nederlands recht, blijft dat staan. Dat betekent dat voor het sluiten van een arbeidsovereenkomst geen aanbesteding hoeft te worden gehouden.

De huidige tijd

Op TenderNed zie je echter steeds vaker aankondigingen van aanbestedingen voor de inhuur van tijdelijk personeel voor een aanbestedende dienst. Zoals medewerker juridische zaken, werkvoorbereider civiel of medewerker debiteuren. Veelal gaat het om overeenkomsten van korte duur, met een looptijd van een paar weken tot 2 jaar.

Voor de inhuur van tijdelijk personeel is het houden van een aanbesteding op grond van artikel 2.24 sub f Aanbestedingswet niet nodig. Op grond van het arbeidsrecht en het ambtenarenrecht is dat evenmin nodig. Zoals al aangegeven mag je een (al dan niet tijdelijke) arbeidsovereenkomst aangaan zonder aanbesteding. Na 1 juli 2015 (Wet Werk en Zekerheid) wordt dat niet anders (alleen de duur van een tijdelijk contract wordt beperkt). Waarom veel overheden dan toch voor een aanbesteding kiezen om tijdelijk personeel in te huren kunnen wij dan ook, mede gezien de totale kosten van een aanbesteding voor de aanbestedende dienst en de inschrijvers, niet goed plaatsen (bij een regelmatig wisselende behoefte aan verschillend personeel kunnen wij ons wel voorstellen dat je een aanbesteding van, bijvoorbeeld, de inhuur van een uitzendbureau in de markt zet).

Wel aanbesteden?

Omgekeerd lijkt het erop dat er ten onrechte opdrachten voor diensten niet in de markt worden gezet. Denk bijvoorbeeld aan de aankoop van een ICT programma, met daaraan gekoppeld een serviceovereenkomst. Op jaarbasis hoeft die opdracht wellicht niet aanbesteed te worden, maar bij een overeenkomst voor onbepaalde duur moet dat mogelijk wel. Ook door groei van het aantal werkplekken, tussentijdse uitbreiding van het pakket of door het samengaan van organisaties kan de oorspronkelijke opdracht dusdanig wezenlijk wijzigen dat de serviceopdracht alsnog aanbesteed moet worden. Veel aanbestedende diensten zijn daar niet op bedacht.

Artikel 2.17 en 2.21 Aanbestedingswet geven een methode voor raming van de waarde van een opdracht. Artikel 2.35 Aanbestedingswet geeft een regeling voor de situatie dat de omvang van de opdracht naderhand wijzigt. Aan de hand van die artikelen kan vervolgens worden bepaald of (een in de loop van de tijd gewijzigde) opdracht voor diensten (toch niet alsnog) moet worden aanbesteed. Het is verstandig dat ook bij uw organisatie te doen voor alle samenhangende opdrachten.

Kortom

Voor diverse andere opdrachten geldt hetzelfde. Neem niet zonder meer aan dat een opdracht (niet) door een aanbesteding in de markt hoeft te worden gezet, of dat een naderhand gewijzigde opdracht (niet) door een aanbesteding in de markt moet worden gezet, maar vraag daarover altijd tijdig vooraf advies. Dat kan veel problemen, negatieve publiciteit en/of onnodige kosten voorkomen.

Ten slotte

Wilt u weten of een opdracht door een aanbesteding in de markt moet worden gezet, of heeft u een andere juridische vraag? Bel/mail ons geheel vrijblijvend!

Deel deze pagina:

Contactpersoon