Parkeertekort en toch nieuwe ontwikkelingen?13 mei 2015

Aan de hand van recente uitspraken van de ABRvS bespreek ik in hoeverre bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met een bestaand parkeertekort en of dit verschilt met de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet bouwplan.

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe door het bestemmingsplan mogelijke gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden. De gemeenteraad moet namelijk inzichtelijk maken dat hetgeen met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt niet leidt tot onaanvaardbare parkeer- of verkeershinder. Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen dient de gemeenteraad uit te gaan van een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het bestemmingsplan planologisch maximaal mogelijk is. Hiertoe kan de gemeenteraad bijvoorbeeld aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen en aanwezigheidspercentages een berekening maken van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Let wel: Het bestemmingsplan hoeft niet te voorzien in een oplossing voor een bestaand parkeertekort. Zie in dit verband de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 6 mei 2015 (201406713/1), 10 september 2014 (201311542/1) en 28 mei 2014 (201307838/1).

Bij het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet bouwplan ligt dat anders. Bij deze beoordeling kan een bestaand parkeertekort buiten beschouwing worden gelaten. Er hoeft alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Wel kan een bestaand parkeertekort relevant zijn voor de vraag of aan de gemeentelijke bouwverordening wordt voldaan. In artikel 2.5.30 van de meeste bouwverordeningen staat dat de voor het bouwplan benodigde parkeerplaatsen in beginsel in, op of onder het gebouw of het bijbehorende terrein moeten worden aangebracht. Het college kan hiervan ontheffing verlenen, voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Dit laatst is bijvoorbeeld het geval indien in de directe omgeving van het bouwplan voldoende  parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Bij een bestaand parkeertekort zal een dergelijke ontheffing in beginsel niet kunnen worden verleend, omdat geen sprake is van beschikbare parkeerplaatsen. Zie in dit verband de uitspraken van de ABRvS van 28 januari 2015 (201403531/1), 9 juli 2014 (201400471/1) en 25 juni 2014 (201308293/1).

Mocht u vragen hebben over parkeren in relatie tot de vaststelling van een bestemmingsplan of een (aanvraag om) omgevingsvergunning, neem dan gerust contact met mij op.      

Deel deze pagina:

Contactpersoon