Eerste WWZ-uitspraak over concurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd10 augustus 2015

Sinds 1 januari 2015 is het door de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in beginsel niet meer toegestaan om een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit volgt uit artikel 7:653 lid 1 BW. In het tweede lid van artikel 7:653 BW is opgenomen dat een concurrentiebeding wel mag worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen dit noodzakelijk maken. Een vereiste hierbij is wel dat de werkgever bij het beding een schriftelijke motivering dient op te nemen.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever hoge eisen stelt aan de motivering. Het is aan de rechtspraak om invulling te geven aan het criterium 'zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen'.

Kantonrechter Amsterdam d.d. 23 juli 2015 (ECLI:NL:RBAMS:2015:4864)

Op 23 juli 2015 is door de Kantonrechter Amsterdam voor het eerst getoetst of een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk was vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

De werkgever had in de motivering van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst gesteld dat het concurrentiebeding noodzakelijk was in verband met de door de werknemer 'specifiek verworven kennis en kunde' van 'het opgebouwde netwerk, het marktgebied, de behoeften en de werkwijze' van de werkgever.

De Kantonrechter Amsterdam oordeelde dat aan de formele eisen voor motivering was voldaan. De inhoudelijke eisen voor de motivering hielden echter geen stand. De Kantonrechter Amsterdam was van mening dat de werkgever de genoemde zwaarwegende bedrijfsbelangen onvoldoende concreet heeft gemaakt. Algemene bewoordingen zijn niet voldoende. "(…) Uit het concurrentiebeding [blijkt] onvoldoende om welke concrete zwaarwegende bedrijfsbelangen het gaat", aldus de Kantonrechter Amsterdam.

"De noodzaak dat het beding vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moet niet alleen bestaan op het moment van het aangaan van het beding, maar ook op het moment dat de werkgever zich op het beding beroept", aldus de wetgever in de memorie van toelichting. Er was volgens de Kantonrechter Amsterdam in dit geval niet aan dit noodzakelijkheidsvereiste voldaan.

Tot slot

Het opstellen van een concurrentiebeding in tijdelijke contracten is maatwerk. Er moet voldoende concreet worden geformuleerd dat er in het specifieke geval sprake is van 'zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen'. Wat dit precies betekent zal de toekomstige jurisprudentie moeten uitwijzen. Deze houden wij uiteraard nauwlettend in de gaten.

Heeft u vragen over een concurrentiebeding? Neem gerust contact met ons op!

Deel deze pagina:

Contactpersoon