Tackelen faillissement vereenvoudigd19 augustus 2015

Wanneer het faillissement van een (rechts)persoon wordt aangevraagd, zal de rechtbank moeten toetsen of de aanvrager van het faillissement daadwerkelijk een vordering op de schuldenaar heeft. Ook zal de rechtbank toetsen of er naast de aanvrager van het faillissement nog minimaal één andere crediteur is die een vordering op de schuldenaar heeft. Is dit het geval én komt de rechtbank tot de conclusie dat de schuldenaar is opgehouden zijn schulden te betalen, dan zal het faillissement worden uitgesproken.

Er zijn twee mogelijkheden om het uitgesproken faillissement onderuit te halen. De schuldenaar (inmiddels failliet) kan in hoger beroep als hij op de zitting aanwezig was. Was de schuldenaar niet op de zitting aanwezig dan kan de schuldenaar in verzet.

De rechter die het verzet of het hoger beroep behandelt zal opnieuw moeten toetsen of er aan de eisen is voldaan die hierboven in de eerste alinea zijn beschreven. De rechter zal daarbij uit moeten gaan van de situatie zoals die geldt op het moment dat hij een uitspraak doet.

Hoger beroep

Bij hoger beroep is het ‘regelen’ van de vordering van de aanvrager van het faillissement en de door de aanvrager van het faillissement aangetoonde steunvordering niet voldoende. Met álle schuldeisers die zich hebben gemeld bij de curator tot aan het moment waarop het hoger beroep wordt behandeld,zal een regeling moeten worden getroffen om aan te tonen dat er geen sprake is van 'opgehouden hebben te betalen'. Het feit dat tot op de dag van de behandeling van het hoger beroep nieuwe schuldeisers bekend kunnen worden, maakt het hoger beroep een intensief en onzeker traject dat vaak geen succesvol einde kent.

Verzet

Tot voor kort was feitelijk het enige verschil tussen hoger beroep en verzet de extra week die een schuldenaar is gegund bij een verzet ten opzichte van hoger beroep. Na een recente uitspraak van de Hoge Raad is dit anders geworden. De strekking van de bedoelde uitspraak is dat bij de behandeling van een verzet de schuldenaar de verweren moet kunnen gebruiken die hij zou hebben gehad wanneer hij bij de behandeling van de faillissementsaanvraag zou zijn verschenen. Dit betekent concreet dat wanneer de schuldenaar voordat het verzet wordt behandeld alsnog de vordering van de aanvrager van het faillissement voldoet, het faillissement zal moeten worden vernietigd. De aanvrager van het faillissement heeft immers geen belang bij het faillissement, omdat hij geen vordering meer heeft op de schuldenaar. Er hoeft bij een verzet dus niet met alle schuldeisers die zich bij de curator hebben gemeld een regeling worden getroffen.

Kom in actie en wacht niet!

Met de uitspraak van de Hoge Raad is de kans groter geworden dat het aanvechten van een faillissement zal slagen. Is uw faillissement uitgesproken laat u dan vooral adviseren door één van onze specialisten op het gebied van Insolventie en Herstructurering! Wacht overigens niet te lang met het inwinnen van advies. De termijnen voor het instellen van beroep en verzet zijn bijzonder kort: 8 respectievelijk 14 dagen.

Deel deze pagina:

Contactpersoon