Woning verhuren wordt makkelijker11 februari 2016

Afgelopen dinsdag heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel "Doorstroming huurmarkt". Het is nu aan de Eerste Kamer om zich te buigen over dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel maakt onder meer tijdelijke verhuur van kamers voor een periode van vijf jaar aan jongeren (tussen 18 en 28 jaar) mogelijk en tijdelijke verhuur van zelfstandige woonruimte voor een periode van maximaal twee jaar.

Kentering

Het wetsvoorstel betekent een kentering voor het uitgangspunt binnen het huurrecht dat een overeenkomst van verhuur van woonruimte voor onbepaalde tijd geldt. Dit is nu nog bij uitzondering mogelijk.

Het wetsvoorstel ziet zowel op de huurprijs van woonruimte als op de tijdelijke verhuur van Woonruimte.

Huurprijs van woonruimte

Het wetsvoorstel gaat onder meer ook in op de inkomensafhankelijke huurprijsverhoging. Recentelijk heeft de Raad van State geoordeeld dat er geen wettelijke verplichting voor de belastingdienst bestaat om inkomensgegevens van een huurder van een sociale huurwoning te verstrekken aan de verhuurder, als de verhuurder daarom vraagt. Zolang er geen verplichting in de wet is opgenomen, mag de belastingdienst geen gegevens over het inkomen van  betreffende huurder verstrekken aan de verhuurder van diens woning. Minister Blok wil deze uitspraak ondervangen in het voornoemde wetsvoorstel door daarin de vereiste wettelijke verplichting op te nemen.

Tijdelijke huurovereenkomst

Onder de huidige wetgeving geldt het uitgangspunt dat een huurovereenkomst woonruimte voor onbepaalde tijd telt en dat slechts in uitzonderlijke situaties sprake is van een tijdelijke huurovereenkomst.

Het wetsvoorstel maakt mogelijk om tijdelijke huurovereenkomsten van woonruimte te sluiten voor een duur van twee jaar. Alleen woningcorporaties mogen hun DAEB-eenheden niet tijdelijk verhuren. Dit zijn de sociale huurwoningen en hiervoor is een uitzondering opgenomen. Voor deze woningen mag geen proeftijd gelden.

Verder is in het wetsvoorstel opgenomen dat een huurder wel tussentijds de huur van tijdelijke woonruimte kan opzeggen, omdat met name de studenten vreesden dat zij tijdens hun studietijd niet naar een andere kamer zouden kunnen verhuizen.

Het wetsvoorstel maakt dus mogelijk dat verhuurders tijdelijke huurovereenkomsten kunnen sluiten, maar waakzaamheid is geboden! Immers, een verhuurder die van de tijdelijke huurovereenkomst af wil, dient maximaal drie en minimaal één maand van tevoren aan te geven of de tijdelijke huurovereenkomst wordt omgezet in een reguliere huurovereenkomst voor onbepaalde tijd of niet. Als de verhuurder deze mededeling niet (of niet op tijd) doet, dan wordt de overeenkomst automatisch omgezet in een reguliere huurovereenkomst. Op dat moment wordt de huurder weer sterk beschermd en is het voor een verhuurder niet eenvoudig om een huurovereenkomst woonruimte te beëindigen.

Met deze handelwijze wordt in zoverre aangesloten bij de verhuur van woonruimte onder de Leegstandwet. Indien de huurovereenkomst tussen partijen wordt voortgezet na het verstrijken van de termijn waarop de vergunning ziet, ontstaat een reguliere huurovereenkomst woonruimte.

Afwachten

Het is nu natuurlijk afwachten of de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel. Op het moment dat dat gebeurt, zal per 1 juli 2016 de verhuur van woonruimte op tijdelijke basis veel eenvoudiger kunnen. Dit betekent ook dat de positie van huurders en verhuurders van woonruimte aanzienlijk verandert en dat de huurmarkt met betrekking tot woonruimte flexibeler wordt. Uiteraard dient de woningbelegger wel een goede agendavoering erop na te houden, maar de mogelijkheden zijn er.

Heeft u een vraag over deze of aanverwante onderwerpen? Neem dan gerust contact met mij op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon