Uitzonderlijk: Afdeling komt terug op tussenuitspraak!16 februari 2016

De Afdeling is in de einduitspraak over het bestemmingsplan 'Tramlijn Vlaanderen - Maastricht' teruggekomen op haar tussenuitspraak. Thans concludeert de Afdeling dat dit bestemmingsplan niet uitvoerbaar is.

Wat was er aan de hand?

Zoals de naam doet vermoeden voorzag het bestemmingsplan 'Tramlijn Vlaanderen - Maastricht' in de aanleg van het Nederlandse deel van een tramverbinding tussen Hasselt en Maastricht. Tegen dit bestemmingsplan is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Onder meer is aangevoerd dat het bestemmingsplan niet binnen de planperiode van tien jaar kan worden uitgevoerd.

Bij tussenuitspraak van 11 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:353) heeft de Afdeling geen aanleiding gezien om te oordelen dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. Wel heeft de Afdeling een tweetal andere gebreken geconstateerd en de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld deze te herstellen.

De gemeenteraad heeft dit gedaan door het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Eisers hebben hierop gereageerd. Zij hebben hun reactie niet beperkt tot de wijze waarop de geconstateerde gebreken zijn hersteld, maar hebben ook hun standpunt dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is nader onderbouwd. Zij voeren aan dat uit een recent naar buiten gebrachte review blijkt dat het tracé tot technische problemen leidt en een kostenoverschrijding met zich brengt.

Op basis van deze review is de Afdeling in zijn einduitspraak van 10 februari 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:298) teruggekomen op het in haar tussenuitspraak gegeven oordeel over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Thans is de Afdeling van oordeel dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is. Op deze grond heeft zij het besluit tot het (gewijzigd) vaststellen van het bestemmingsplan vernietigd.

Waarom is deze uitspraak uitzonderlijk?

De Afdeling kan behoudens zeer uitzonderlijke gevallen niet terugkomen op een in een tussenuitspraak gegeven oordeel.

Dit is bijvoorbeeld het geval als blijkt dat de Afdeling in de tussenuitspraak is uitgegaan van een onjuiste feitelijke grondslag en zij op basis van de juiste feitelijke grondslag tot een ander oordeel was gekomen. In deze procedure was dit het geval. Gebleken is dat de conceptversie van de review reeds bekend was ten tijde van zitting die vooraf ging aan de tussenuitspraak. De Afdeling is hiervan echter niet op de hoogte gesteld en ging bij de tussenuitspraak derhalve niet uit van de juiste feiten.

Een ander voorbeeld is de situatie waarbij de feitelijke veronderstelling van de rechtbank in haar tussenuitspraak (dat het bouwplan hoger was dan het bestemmingsplan toeliet) evident onjuist was. De Afdeling heeft geoordeeld dat deze evidente onjuistheid een zeer uitzonderlijk geval is waarin mag worden teruggekomen op de tussenuitspraak (ECLI:Nl:RVS:2015:3222).

Tip!

Wijs op evidente onjuistheden of onjuiste feiten in een tussenuitspraak. Mocht desondanks niet worden teruggekomen op de tussenuitspraak, vergeet dan niet om zowel tegen de einduitspraak als tegen de tussenuitspraak hoger beroep in te stellen. Tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de einduitspraak kan hoger beroep tegen de tussenuitspraak worden ingesteld.

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp, stel ze gerust per e-mail of maak een afspraak voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.  

Deel deze pagina:

Contactpersoon