Invordering dwangsommen: Van uitstel, komt afstel!3 maart 2016

De bevoegdheid tot invordering van bestuursrechtelijke dwangsommen verjaart reeds na een jaar. Deze verjaringstermijn kan worden gestuit of verlengd, maar daar zitten wel haken en ogen aan.

Last onder dwangsom

Wanneer een wettelijk voorschrift wordt overtreden, dan is het bestuursorgaan in beginsel verplicht daartegen handhavend op te treden. Het bestuursorgaan kan dit doen door te gelasten dat binnen een bepaalde termijn een einde wordt gemaakt aan de overtreding op straffe van een dwangsom. Wanneer binnen deze termijn geen einde aan de overtreding wordt gemaakt, dan wordt de dwangsom van rechtswege opeisbaar. In de wet wordt dit het verbeuren van een dwangsom genoemd. Het bestuursorgaan is bevoegd om tot invordering van deze verbeurde dwangsom over te gaan. Althans, tot het moment dat deze bevoegdheid is verjaard.

Verjaringstermijn

De bevoegdheid tot invordering van een dwangsom verjaart een jaar na de dag waarop zij waarop zij opeisbaar is geworden c.q. is verbeurd (artikel 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht).

Stuiting van de verjaring

Het bestuursorgaan kan de verjaring stuiten, waardoor een nieuwe verjaringstermijn van een jaar gaat lopen. In de artikelen 4:105 en 4:106 van de Awb zijn de zes mogelijkheden genoemd die het bestuursorgaan heeft om de verjaring te stuiten.

Het betreft:

  1. Een daad van rechtsvervolging overeenkomstig artikel 3:316 van het Burgerlijk Wetboek (bijvoorbeeld het betekenen van een dagvaarding);
  2. De erkenning van het recht op betaling door de overtreder;
  3. Een aanmaning als bedoeld in artikel van de 4:112 van de Awb;
  4. Een beschikking tot verrekening;
  5. Een dwangbevel;
  6. Een daad van tenuitvoerlegging van een dwangbevel
    (bijvoorbeeld door het leggen van beslag).

Aanmaning en invorderingsbesluit

Uit artikel 5:37 van de Awb volgt dat het bestuursorgaan een invorderingsbesluit moet hebben genomen, voordat hij mag gaan aanmanen. Als dat niet gebeurt, dan heeft de aanmaning geen stuitende werking. Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3279).

Let wel: Het invorderingsbesluit stuit de verjaring dus niet! De verjaring wordt pas gestuit met een aanmaning die na het invorderingsbesluit is verstuurd.

Daarnaast wordt de verjaring pas gestuit als de aanmaning voldoet aan de eisen die genoemd zijn in artikel 4:112 van de Awb. Hieraan is voldaan als de aanmaning a) schriftelijk is, b) een betalingstermijn van twee weken bevat en c) vermeldt dat deze bij niet tijdige betaling kan worden afgedwongen door het nemen van invorderingsmaatregelen. Als aan één (of meer) van deze eisen niet is voldaan, dan stuit de aanmaning de verjaring niet. Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2301).

Uitstel van betaling

De verjaringstermijn wordt verlengd met de periode dat de overtreder van het bestuursorgaan uitstel van betaling heeft gekregen (artikel 4:111 van de Awb).

Let wel: Het dient hierbij te gaan om uitstel van betaling op grond van artikel 4:94 van de Awb. In de praktijk komt het geregeld voor dat het bestuursorgaan aangeeft dat gedurende de bezwaar- of beroepsprocedure niet tot betaling zal worden overgegaan. Dit is geen uitstel van betaling in de zin van artikel 4:94 van de Awb en hiermee wordt de verjaringstermijn dan ook niet verlengd. Zie de uitspraak van de Afdeling van 19 juni 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA3682).

Kortom: het bestuursorgaan moet tijdig de nodige acties ondernemen, wil hij voorkomen dat zijn bevoegdheid tot invordering van een dwangsom verjaart. Van uitstel, komt afstel!

Heeft u vragen over dit onderwerp? Stel ze gerust per email of kom langs voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Deel deze pagina:

Contactpersoon