Aanpassingen Wet Werk en Zekerheid3 mei 2016

Op 21 april 2016 heeft minister Asscher in een persconferentie een aantal voorstellen voor aanpassingen van de Wet werk en zekerheid (WWZ) gepresenteerd. Het kabinet heeft hieromtrent overeenstemming bereikt met de coalitiefracties en de sociale partners, zo schrijft minister Asscher in de 'Kamerbrief oplossingen voor knelpunten op de arbeidsmarkt' die samen met de nota van wijziging naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De belangrijkste voorstellen

  • Transitievergoeding na 2 jaar ziekte
    De transitievergoeding na 2 jaar ziekte is voor veel werkgevers op dit moment een doorn in het oog. Werknemers die langdurig ziek zijn behouden in de voorgestelde wijzigingen het recht op een transitievergoeding, maar hun werkgever zal door het UWV gecompenseerd worden uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Hier zal een verhoging van de (uniforme) premie tegenover staan. 
  • Afwijking van de ketenregeling voor seizoensgebonden werk
    Werkgevers en werknemers krijgen de mogelijkheid om voor seizoensgebonden werk bij cao een uitzondering op de ketenregeling te maken. Voor werknemers die vanwege natuurlijke of klimatologische omstandigheden maximaal negen maanden per jaar aan het werk kunnen, mag de tussenpoos in de ketenbepaling bij cao op ten hoogste drie maanden worden gesteld in plaats van de wettelijke zes maanden.
  • Transitievergoeding en CAO-regeling bij bedrijfseconomische omstandigheden
    In de huidige wet is opgenomen dat een werknemer geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding als in een CAO een gelijkwaardige voorziening is opgenomen. Dit houdt in dat de (gekapitaliseerde) waarde van die voorziening gelijk dient te zijn aan de hoogte van de transitievergoeding van de individuele werknemer. Gebleken is dat deze voorwaarde een aanzienlijke belemmering vormt om te komen tot collectieve afspraken; de voorziening moet immers op individueel niveau gelijkwaardig zijn aan de transitievergoeding. Om die reden is voorgesteld om de wet zo aan te passen, dat bij een ontslag om bedrijfseconomische redenen de (gekapitaliseerde) waarde van de bij CAO geregelde voorziening niet gelijkwaardig hoeft te zijn aan de transitievergoeding.

Naast de twee bovengenoemde aanpassingen die zien op de WWZ is minister Asscher voornemens het minimumjeugdloon in stappen af te schaffen vanaf 21 jaar. Het loon van jongeren van 18, 19 en 20 zal meestijgen om het risico te beperken dat de verschillende leeftijden een rol gaan spelen bij het aannemen van mensen.

Deel deze pagina:

Contactpersoon