Rechtbank oordeelt dat onteigening Hedwigepolder door mag gaan!10 juni 2016

De Staat mag doorgaan met de onteigening van de Hedwigepolder. Dat heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant bepaald in zijn uitspraak van woensdag 8 juni 2016. Het is echter de vraag of de Staat op korte termijn kan beginnen met de werkzaamheden.

Wat eraan vooraf ging

De afgelopen jaren kwam de kwestie rondom de Hedwigepolder al regelmatig in het nieuws. Nederland sloot in 2005 een verdrag met België waarin beloofd werd de Hedwigepolder onder water te zetten, als natuurcompensatie voor het uitdiepen van de Westerschelde. Om uitvoering te geven aan dit verdrag maakte de regering plannen om over te gaan tot ontpoldering. Dit stuitte echter op veel verzet. Dit wakkerde ook binnen de politiek de discussie aan of de Hedwigepolder nu wel of niet ontpolderd moest worden. Aan die discussie werd op 12 november 2014 echter een einde gemaakt, toen de Raad van State het rijksinpassingsplan dat voorziet in de realisatie van natuur in de Hedwigepolder goedkeurde.

De onteigeningsprocedure

Om het besluit tot ontpoldering te kunnen uitvoeren dient de Staat echter ook te kunnen beschikken over de benodigde gronden. Daartoe is de Staat inmiddels een onteigeningsprocedure gestart. In die procedure gaat het dus niet meer om de vraag of al dan niet mag worden overgegaan tot ontpoldering, maar alleen over de vraag of daarvoor onteigend mag worden.

De eigenaar van de gronden, de heer Géry de Cloedt, heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde onteigening. Hij heeft onder andere aangevoerd dat de onteigening niet noodzakelijk is, omdat hij de ontpoldering zelf kan realiseren. Daarbij had hij echter aangegeven dat hij de ontpoldering wel zelf wil uitvoeren, maar op kosten van de Staat. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit niet van de Staat kan worden verlangd, onder andere omdat het gaat om waterstaatswerken die ook bescherming moet bieden tegen hoog water. Ook moeten de natuur en dijken worden beheerd nadat het project is uitgevoerd. Als De Cloedt eigenaar blijft van de grond zou de Staat daar echter geen directe zeggenschap over hebben, maar steeds afhankelijk zijn van overeenstemming met de grondeigenaar. Om die reden heeft de rechtbank het zelfrealisatieverweer verworpen en de onteigening uitgesproken.

Kan de polder nu onder water worden gezet?

Met de uitspraak van de rechtbank is de Staat nog geen eigenaar van de gronden. Daartoe zal de Staat eerst het voorschot dat door de rechtbank is vastgesteld moeten uitbetalen. Als de Staat vervolgens ook beschikt over het proces-verbaal van de descente die op 26 mei 2016 heeft plaatsgevonden en het vonnis onherroepelijk is geworden kan De Staat het vonnis inschrijven in de openbare registers van het kadaster. Daarmee gaat de eigendom van de gronden over op de Staat.

De Cloedt kan echter voorkomen dat het vonnis onherroepelijk wordt door tegen de uitspraak van de rechtbank cassatie in te stellen bij de Hoge Raad. Gelet op diverse persberichten ligt in de lijn der verwachtingen dat hij dit ook zal doen. Het instellen van cassatie heeft schorsende werking. Zodoende kan De Cloedt voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank onherroepelijk wordt en dat de Staat de eigendom van de gronden naar zich toe kan halen. Al met al is het nog maar de vraag of de polder op korte termijn onder water gezet kan gaan worden.

Deel deze pagina:

Contactpersoon