Onteigening RijnlandRoute goedgekeurd, hoe nu verder?28 juni 2016

De Kroon heeft de onteigening voor de RijnlandRoute goedgekeurd, hoe gaat de procedure nu verder?
In drie recente besluiten heeft de Kroon het verzoek van Gedeputeerde staten van Zuid-Holland en de Minister van Infrastructuur en Milieu, om gronden welke benodigd zijn voor de realisering van de RijnlandRoute ter onteigening aan te wijzen, toegewezen. Daarmee is het eerste deel van de onteigeningsprocedure afgerond.

De inhoud van de besluiten

De besluiten tot toewijzing van het verzoek tot onteigening zijn genomen op 19 mei 2016, maar pas op 27 juni 2016 in de Staatscourant gepubliceerd. In de besluiten zijn de gronden die benodigd zijn voor de realisering van de RijnlandRoute en die nog niet in der minne zijn verkregen ter onteigening aangewezen. Het gaat om gronden die zijn gelegen in de gemeentes Katwijk, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten, Wassenaar en Zoeterwoude. De ontwerp besluiten hebben van 18 november 2015 t/m 29 december 2015 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode konden eigenaren en gerechtigden hun bezwaren tegen de voorgenomen onteigening kenbaar maken. Van deze mogelijkheid hebben een behoorlijk aantal eigenaren en rechthebbenden gebruik gemaakt. De ingediende zienswijzen hebben voor de Kroon geen aanleiding gevormd om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen. Tegen de besluiten staat geen beroep open.

Hoe gaat de procedure nu verder?

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland en de Minister van Infrastructuur en Milieu (hierna kortheidshalve samen aan te duiden als: de 'overheden') kunnen nu een start gaan maken met de gerechtelijke onteigeningsprocedure. Voordat zij dit doen zullen zij echter eerst nog een laatste keer moeten proberen om minnelijke overeenstemming te bereiken met de in de besluiten aangewezen eigenaren.

De gerechtelijke onteigeningsprocedure

Vervolgens kan de gerechtelijke procedure gestart worden door een dagvaarding uit te brengen. Deze dagvaarding dient binnen twee jaar na de besluiten, dus uiterlijk op 19 mei 2018, te worden uitgebracht. De besluiten vervallen namelijk na twee jaar.

Waarschijnlijk zullen de overheden in de dagvaarding verzoeken om de vervroegde onteigening van de gronden uit te spreken. Dat houdt in dat de onteigeningsrechter eerst de onteigening van de gronden uitspreekt, en daarbij bepaalt dat er een voorschot moet worden betaald aan de rechthebbenden. Door inschrijving van dit vonnis in de openbare registers van het kadaster gaat de eigendom van de gronden over op de overheden. Vervolgens zal de procedure worden voortgezet om de hoogte van de schadeloosstelling te bepalen. De rechtbank zal deskundigen benoemen om te adviseren over de hoogte van de schade.

Voordat de rechter de onteigening kan uitspreken, krijgen degenen die tegen het 'ontwerp koninklijk besluit' een zienswijze hebben ingediend nog de mogelijkheid om bij de rechter de onteigeningstitel te betwisten. Zij kunnen bijvoorbeeld aanvoeren dat de noodzaak om te onteigenen ontbreekt omdat er onvoldoende onderhandeld is.

Verder dient, voordat de overheden het vonnis tot vervroegde onteigening in de openbare registers van het kadaster kunnen inschrijven, een descente plaats te vinden. Dat is een gerechtelijke plaatsopneming. Dan komen de rechter-commissaris en de rechtbankdeskundigen het te onteigenen stuk grond bezichtigen. De partijen krijgen dan ook de gelegenheid om hun visie op de hoogte van de schadeloosstelling te geven. De overheden kunnen de rechtbank verzoeken om de descente al te laten plaatsvinden voordat de dagvaarding is uitgebracht.

Verplichte procesvertegenwoordiging

De procedure zal aanhangig gemaakt moeten worden bij de rechtbank Den Haag. Op grond van de wet zijn partijen verplicht om een advocaat in te schakelen voor de procedure bij de rechtbank. Daarbij geldt dat u recht heeft op vergoeding van de kosten van juridische en deskundige bijstand. Oftewel, de overheden zullen de kosten die u voor de inschakeling van een advocaat en een (onteigenings)deskundige heeft moeten maken in beginsel moeten vergoeden.

Is het verstandig om het op een gerechtelijke onteigening aan te laten komen?

Uiteraard is het altijd van belang om goed af te wegen of een procedure bij de rechtbank kans van slagen heeft. Indien u eigenaar of rechthebbende bent van een of meer onroerende zaken die door de Kroon ter onteigening zijn aangewezen, zullen de overheden eerst nog een laatste aanbieding aan u moeten doen. Wij zijn gespecialiseerd in het onteigeningsrecht en kunnen dit aanbod voor u beoordelen en u adviseren over de kans van slagen van een procedure. Uiteraard kunnen wij - indien nodig - ook voor u als advocaat optreden in de procedure.

Bij het voorgaande wordt opgemerkt dat uit het proefschrift van mevrouw Holtslag-Broekhof van 6 juni 2016 blijkt dat in 89 onteigeningszaken is onderzocht wat het verschil was tussen het laatste bod voor de onteigening en de schadeloosstelling die uiteindelijk door de rechtbank werd vastgesteld. Van de 89 onderzochte onteigeningszaken eindigde de eigenaar in maar liefst 77,5% van de gevallen met een hogere schadeloosstelling dan het laatste bod van de overheid. Daarbij lag de gerechtelijke schadeloosstelling gemiddeld 52% hoger dan het laatste bod van de overheid. Gelet op deze statistieken willen wij u dan ook op het hart drukken om kritisch te kijken naar het laatste aanbod. U hoeft zich niet bij het aanbod neer te leggen als u (of uw taxateur, rentmeester of advocaat) dit te laag vinden.

Indien u nog vragen heeft naar aanleiding van het bovenstaande of als u advies wilt over de vraag of u er wel of niet verstandig aan doet om het op een procedure aan te laten komen, maak dan een afspraak voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek met Marije van Amersfoort of Guy Seelen of mail naar rijnlandroute@gl-advocaten.nl.

Deel deze pagina:

Contactpersoon