Waarschuwingsplicht bij Beklamel21 september 2016

"Fijn dat u aan de slag gaat. Maar pas op, ik kan u misschien niet (volledig) betalen!"

De Beklamel-norm, wie kent 'm niet!?
Kort samengevat: de bestuurder van een BV is privé aansprakelijk indien hij bij het aangaan van de overeenkomst wist of moest weten dat de BV de rekening niet zou kunnen betalen en geen verhaal zou bieden. Het Hof Den Bosch voegt daar iets nieuws aan toe: een waarschuwingsplicht op het moment dat de (eerder afgesproken) werkzaamheden daadwerkelijk van start gaan!

De uitspraak van het Hof Den Bosch van 13 september 2016 betreft een geschil tussen aannemingsbedrijf DAB (wegenbouw) en diens onderaannemer, een straal- en conserveringsbedrijf (hierna: eiser). Eiser had in mei een offerte uitgebracht aan DAB voor het aanbrengen van een slijtlaag op een door DAB te realiseren weggedeelte. In juni vond er overleg plaats tussen DAB en diens opdrachtgevers, waarbij DAB gebruik maakte van de offerte van eiser. In juli vond er een 'startoverleg' plaats tussen DAB en haar opdrachtgevers. De planning werd vervolgens kort na de bouwvak met alle betrokken partijen rondgemaakt, waarna eiser op 5 september met zijn werkzaamheden startte.

Eiser factureerde haar werkzaamheden op 8 oktober aan DAB. DAB vroeg vervolgens in november haar eigen faillissement aan. De factuur van eiser bleef onbetaald.

Eiser stelt de bestuurder van DAB aansprakelijk op grond van de Beklamel-norm. De (juridische) vraag die daarbij moet worden beantwoord is op welk moment de 'wetenschap' van de bestuurder moet worden getoetst. Oftewel, op welk moment had de bestuurder al dan niet aan de bel moeten trekken en van opdrachtverlening aan eiser af moeten zien vanwege de financiële situatie van zijn eigen bedrijf?

Verschillende momenten zijn denkbaar:

  • het uitbrengen van de offerte door eiser in mei
  • het overleg in juni
  • het startoverleg in juli
  • het afronden van de planning kort na de bouwvak 

De kantonrechter oordeelt in eerste aanleg dat het beslissende moment het startoverleg in juli was. Op dat moment behoefde de bestuurder naar het oordeel van de kantonrechter echter nog niet te begrijpen dat zijn onderneming de rekening niet zou kunnen betalen. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen.

Het Hof oordeelt anders. Het Hof overweegt letterlijk:

"Relevant is het moment dat de bestuurder namens DAB aan eiser opdracht geeft tot en uitvoering vraagt van de geoffreerde prestatie.".

De crux zit hem in het onderstreepte gedeelte. Het moment dat de bestuurder namens zijn bedrijf aan eiser uitvoering vraagt van de geoffreerde prestatie is letterlijk een of twee dagen vóórdat eiser daadwerkelijk aan de slag gaat. In casu dus begin september en dat is lang nadat partijen in hun eigen beleving "de overeenkomst waren aangegaan". Ja, begin september wist de bestuurder (waarschijnlijk) wel dat er financiële problemen waren waardoor de rekening waarschijnlijk niet betaald zou kunnen worden.

Dat het Hof dit ook inderdaad zo bedoelt, blijkt wel uit het vervolg van de uitspraak:

"Van hem (de bestuurder) mocht dan worden verlangd dat hij die opdracht (alsnog) niet namens DAB verleende of in elk geval niet daartoe zou overgaan zonder eiser voor het risico van niet (volledige) betaling te waarschuwen. Dat laatste had de bestuurder zelfs vlak voor de aanvang van de werkzaamheden nog kunnen en (…) behoren te doen.".

Dus, wat te doen als je in mei namens je BV de offerte van de schilder accepteert voor het schilderen van je bedrijfspand en je daarbij afspreekt dat het schilderwerk in september zal worden uitgevoerd? Dan zul je in september - kort voordat de schilder aan de slag gaat - opnieuw moeten nagaan of de BV de rekening gelet op de dan bekende financiële situatie wel zal kunnen voldoen. Als je daaraan op dat moment (wel) twijfelt, dan zul je de schilder vóór aanvang moeten waarschuwen: "Fijn dat u aan de slag gaat! Maar pas op, ik kan u misschien niet (volledig) betalen!".

Is dit nu heel vreemd? Nee, het sluit goed aan bij de wijze waarop de meeste mensen zouden willen dat zijzelf behandeld zouden worden. Oftewel, het is eerlijk en fair. Maar juridisch gezien is het wel een uitbreiding van de Beklamel-norm. Het gaat niet meer alleen om het moment waarop 'de overeenkomst is aangegaan', maar nu ook om het moment kort vóórdat daadwerkelijk met de uitvoering daarvan wordt begonnen. En aangezien de overeenkomst op dat moment al is gesloten, kan het hof niet oordelen dat de overeenkomst 'niet mag worden aangegaan', op straffe van privé aansprakelijkheid. Daarom komt het Hof met de (nieuwe) norm dat de bestuurder 'zelfs vlak voor de aanvang van de werkzaamheden' nog had kunnen en behoren te waarschuwen voor mogelijke niet (volledige) betaling.

Mocht u vragen hebben over deze kwestie of eens (vrijblijvend) willen sparren over een soortgelijk geval, neemt u dan gerust eens contact op!

Deel deze pagina:

Contactpersoon