WNT-vijfluik (1): De WNT14 november 2016

Inleiding

De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) -  waarmee bovenmatige beloningen en ontslagvergoedingen van topfunctionarissen bij instellingen in de (semi)publieke sector worden tegengegaan - houdt de gemoederen de afgelopen jaren flink bezig. De wet heeft grote gevolgen met zich meegebracht voor de positie van topfunctionarissen van instellingen waarop de WNT van toepassing is, zowel tijdens als bij beëindiging van het dienstverband.

De WNT - die per 1 januari 2013 in werking is getreden - bleek niet het meest fraaie product van wetgeving:  sinds de inwerkingtreding van de WNT is deze in 2014 door de aanpassingswet en de reparatiewet gewijzigd om de wet duidelijker en beter werkbaar te maken voor de praktijk. Vervolgens is sinds 1 januari 2015 de WNT II in werking getreden, waarmee de bezoldigingsnormen in uit de WNT I verder zijn aangescherpt. Voor 1 januari 2017 staan er weer nieuwe wijzigingen op stapel: de WNT III. Met deze laatste wet wordt de reikwijdte van de wet verder uitgebreid. Niet alleen topfunctionarissen zullen dan onder de WNT vallen, maar ook alle andere werknemers bij instellingen waarop de WNT van toepassing is. Tot slot is een concept wetsvoorstel met verbeterpunten opgesteld, een en ander naar aanleiding van de integrale evaluatie van de WNT over de jaren 2013-2015. Kortom, de WNT is volop in beweging!

Wij zullen u de komende weken in vijf verschillende blogs informeren over de belangrijkste aspecten van de WNT, te weten:

  • reikwijdte van de WNT: op welke instellingen is de WNT van toepassing?
  • reikwijdte van de WNT: wie is topfunctionaris?
  • bezoldigingsregimes WNT
  • ontslagvergoedingen
  • sancties en overgangsrecht.

In deze eerste blog besteden wij aandacht aan het eerstgenoemde punt.

Reikwijdte WNT: op welke instellingen is de WNT van toepassing?

De WNT is van toepassing op de publieke en semipublieke sector. Tot de publieke sector behoren alle krachtens publiekrecht opgerichte rechtspersonen, behoudens uitzonderingen die benoemd zijn in de WNT. Voor wat betreft de semi-publieke sector geldt dat de instelling onder de reikwijdte van de WNT valt als voldaan is aan de zogenaamde 'commissie-Dijkstalcriteria'.

Deze luiden als volgt:

  • heeft de betreffende instelling waar het om gaat een wettelijke taak?
  • ontvangt de rechtspersoon of instelling inkomsten uit publieke middelen?
  • dient de rechtspersoon of instelling een 'publiek of algemeen belang'?
  • is de rechtspersoon of instelling werkzaam in een concurrerende marktomgeving?

De criteria zijn niet zwart wit en/of cumulatief en behoren in onderlinge samenhang te worden toegepast, aldus de Memorie van Toelichting bij de WNT.

Concreet geldt dat de volgende instellingen in ieder geval onder de WNT vallen:

  • Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen;
  • Zorginstellingen en zorgverzekeraars;
  • Onderwijsinstellingen;
  • Woningbouwcorporaties;
  • Organisaties op het terrein van ontwikkelingssamenwerking;
  • Instellingen die zijn ingesteld op basis van een wet/met een wettelijke taak;
  • Door de overheid gesubsidieerde instellingen. Voor gesubsidieerde instellingen gelden aanvullende vereisten, te weten dat de subsidie minstens € 500.000 per jaar moet bedragen, de subsidie moet ten minste voor 50% deel uitmaken van de inkomsten van dat betreffende jaar en de subsidie moet voor een periode van ten minste drie jaar worden verstrekt (uitgezonderd een NV of een BV die een op winst gerichte onderneming drijven);
  • Zelfstandige bestuursorganen;
  • instellingen waarbij de overheid één of meer leden van het bestuur of raad van toezicht benoemt;
  • openbare lichamen voor beroep of bedrijf.
  • Instellingen die zijn opgenomen in de bijlagen bij de WNT.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Werkgelegenheid heeft begin 2016 op de voorlichtingswegsite topinkomens.nl een WNT-register geplaatst met instellingen die in ieder geval onder de WNT vallen, waarbij wij direct opmerken dat niet alle WNT-instellingen in het WNT-register worden benoemd. Zo geldt bijvoorbeeld voor zorginstellingen, onderwijs- en emancipatie-instellingen en woningcorporaties dat voor die deelsectoren aparte registers worden bijgehouden en deze daarom niet ook zijn opgenomen in het WNT-register. Verder is door het ministerie een stappenplan gepubliceerd dat kan worden gevolgd en aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de WNT al dan niet van toepassing is op de instelling.

Wij merken bij het voorgaande op dat het zeker niet in alle gevallen duidelijk met 'ja' of met 'nee' te beantwoorden is of de WNT nu wel of niet van toepassing is. Te denken valt aan bepaalde samenwerkingsconstructies tussen WNT-instellingen en instellingen die als zodanig niet onder de WNT zijn geschaard. Hoe moet daar mee om worden gegaan? Dit is grijs gebied. Ook rechters bemoeien zich met de reikwijdte van de WNT. Wij verwijzen bijvoorbeeld naar de uitspraak van 22 september 2014 van de kantonrechter Rotterdam waarin reflexwerking wordt toegekend aan de WNT, terwijl de WNT in de betreffende branche (kinderopvang) formeel niet van toepassing is.

Twijfelt u of de WNT van toepassing is op een bepaalde instelling? Of heeft u een andere vraag over de WNT? Aarzel niet om (vrijblijvend) contact met een van ons op te nemen. Wij zijn u graag van dienst!

In onze volgende blog over de WNT komt de vraag "wie is topfunctionaris?" aan de orde. Blijf ons volgen!

Deel deze pagina:

Contactpersoon