Afdeling wijzigt jurisprudentie herhaalde aanvragen23 november 2016

Bij uitspraak van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3131) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State haar rechtspraak over herhaalde aanvragen en verzoeken om terug te komen van besluiten aangepast. Deze nieuwe lijn wordt met onmiddellijke ingang gehanteerd.

Op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan een herhaalde aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beslissing, indien bij de herhaalde aanvraag geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld. Het bestuursorgaan kan dit doen, maar is hiertoe niet verplicht. Het bestuursorgaan mag een herhaaldelijke aanvraag ook inhoudelijk behandelen, zonder te beoordelen of er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Ditzelfde geldt ten aanzien van een verzoek om terug te komen van een besluit.

Voorheen was de Afdeling van oordeel dat de bestuursrechter bij een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit, ambtshalve dient te toetsen of sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. Ook wanneer het bestuursorgaan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb niet heeft toegepast en inhoudelijk heeft beslist. Deze jurisprudentie wordt het zogenoemde ne bis-beoordelingskader genoemd.

Bij uitspraak van 23 november 2016 heeft de Afdeling afscheid genomen van het ne bis-beoordelingskader en bepaald dat de bestuursrechter niet meer uit zichzelf behoort te toetsen of sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De bestuursrechter dient het besluit van het bestuursorgaan als uitgangspunt te nemen.

Als het bestuursorgaan een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit op inhoudelijke gronden afwijst, dan toetst de bestuursrechter het besluit aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden als ware dit het eerste besluit over die aanvraag of dat verzoek.

Als het bestuursorgaan besluit artikel 4:6, tweede lid, van de Awb toe te passen, dan toetst de bestuursrechter aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden en een eventueel door het bestuursorgaan gevoerd beleid, of het bestuursorgaan zich terecht, en zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn.

Deze nieuwe lijn wordt met onmiddellijke ingang gehanteerd en geldt ongeacht de stand waarin de procedure zich bevindt. Het kan er derhalve toe leiden dat een uitspraak van een rechtbank die is gedaan voor deze uitspraak en waarin de rechtbank toepassing heeft gegeven aan de tot deze uitspraak gevolgde lijn, wordt vernietigd.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem geheel vrijblijvend contact met ons op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon