WNT-vijfluik (3): Bezoldigingsregimes30 november 2016

In onze twee eerdere blogs (WNT2 - WNT1) hebben wij aandacht besteed aan de vraag op welke instellingen en personen de WNT van toepassing is. Belangrijke vraag is natuurlijk wat de gevolgen zijn van de toepasselijkheid van de WNT. In deze bijdrage informeren wij u over de diverse bezoldigingsregimes die er zijn onder de WNT.

Om recht te doen aan de verschillen binnen de publieke- en semipublieke sector onderscheidt de WNT drie verschillende regimes bestaande uit een glijdende schaal waarbij het eerste regime het zwaarste regime is en het derde het lichtste regime. De regimes zijn als volgt ingedeeld:

Regime 1: Bezoldigingsmaximum en openbaarmakingsverplichting (paragraaf 2 en 4 WNT)

Regime 1 is van toepassing op de publieke sector (rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) en op delen van de semipublieke sector die dichtbij de publieke sector staan. Welke organisaties dit betreffen volgt uit de WNT en lagere regelgeving. Uit de WNT volgt dat niet onder het eerste regime vallen de zorgverzekeraars die zich overeenkomstig artikel 25 Zorgverzekeringswet of artikel 4.1.1 Wet langdurige zorg als zodanig hebben aangemeld en de krachtens artikelen 15a lid 2 en 15b lid 1 Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisaties.

Het bezoldigingsmaximum onder het eerste regime betreft op dit moment € 179.000 bruto, oftewel 100% van een ministersalaris. In 2014 was het maximum nog gesteld op 130% van het ministersalaris. Met de invoering van de WNT II is de maximale bezoldiging met 30 % verlaagd. Deze wijziging is op 1 januari 2015 in werking getreden. De normen voor 2017 zijn inmiddels ook bekend gemaakt: het bezoldigingsmaximum voor 2017 is verhoogd naar € 181.000 bruto.

Naast bovengenoemd bezoldigingsmaximum geldt binnen het eerste regime ook een winstdelings- en een bonusverbod. Het is de bedoeling dat dit verbod komt te vervallen met de Evaluatiewet WNT, waarbij evenwel het uitgangspunt blijft dat variabele beloningen tezamen met de normale bezoldiging de wettelijke of sectorale norm niet mogen overschrijden.

Ook geldt een absoluut maximum van € 75.000 bruto ten aanzien van beëindigingsvergoedingen, waarover in onze volgende blog meer.

Regime 2: Sectorale bezoldigingsnorm en openbaarmakingsverplichting (paragraaf 3 en 4 WNT)

Voor onder andere zorginstellingen, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen, woningbouwcorporaties en organisaties op het terrein van ontwikkelingssamenwerking en cultuur gelden sectorale bezoldigingsnormen. Of een organisatie onder de sectorale norm valt, volgt uit de WNT en de bijlagen daarop. De sectorale  bezoldigingsnormen worden jaarlijks vastgesteld door de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

Bij organisaties die onder regime 2 vallen, geldt  - net als onder regime 1 - een winstdelings- en een bonusverbod, alsook het absolute maximum voor ontslagvergoedingen. Ook hier geldt dat het verbod op variabele beloningen met de Evaluatiewet WNT zal komen te vervallen.

Regime 3: Openbaarmaking en meldplicht (paragraaf 4 WNT)

De openbaarmakingsplicht houdt in dat in de jaarlijkse verslaglegging door de instelling van iedere topfunctionaris de naam, bezoldiging, functie en duur en omvang van het dienstverband vermeld. Daarbij geldt er geen verplichting om de omvang van het dienstverband te vermelden als het gaat om een topfunctionaris-toezichthouder. Naast bovengenoemde gegevens dient van iedere topfunctionaris en gewezen topfunctionaris de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband te worden vermeld. Indien de bezoldigingsnorm en/of de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband de norm overschrijdt, dan moet dit in de verslaglegging worden gemotiveerd. Daarnaast geldt nog een verplichting om van iedere niet-topfunctionaris de hiervoor genoemde gegevens (met uitzondering van de naam) openbaar te maken indien de bezoldiging het algemene bezoldigingsmaximum heeft overschreden en/of indien de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband dit maximum heeft overschreden. Dit geldt overigens alleen voor niet-topfunctionarissen die in dienst zijn bij de WNT-instelling.

De meldplicht houdt in dat de WNT-instelling bovengenoemde gegevens uiterlijk op 1 juli volgend op het boekjaar digitaal dient te verzenden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het derde regime geldt voor de organisaties die vallen onder regime 1 en regime 2. Voor de organisaties opgenomen in bijlage 4 bij de WNT geldt alleen regime 3. Voor deze organisaties gelden dus geen bezoldigingsnormen maar werd het wel wenselijk geacht dat zij in het kader van de WNT de betreffende gegevens openbaar maken en melden. Tot nu toe geldt de enkele openbaarmakings- en meldplicht zonder bezoldigingsnormen alleen voor het loodswezen.

NB: overgangsrecht!

Het kan zijn dat er nog overgangsrecht van toepassing is op uw situatie waardoor de strikte bezoldigingsnormen nog niet, dan wel niet volledig van toepassing zijn. Wij komen hierover nog te spreken in onze vijfde blog. In de volgende blog zullen wij u informeren over WNT en ontslagvergoedingen. Hoe moet u daarmee omgaan?

Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem gerust contact met ons op!

Deel deze pagina:

Contactpersoon