Bijzonder procesrecht in onteigeningszaken9 december 2016

Vooruitlopend op een gerechtelijke onteigeningsprocedure kan de overheid (de onteigenende partij) de rechtbank verzoeken om een dag te bepalen waarop, in bijzijn van door de rechtbank te benoemen deskundigen en een rechter-commissaris, een plaatsopneming plaatsvindt, de zogenoemde "descente". Wanneer deze plaatsopneming voorafgaande aan de gerechtelijke procedure wordt georganiseerd, behoeft deze (in beginsel) niet meer plaats te vinden na de onteigeningsdagvaarding, zodat de rechtbank sneller een (tussen)vonnis kan wijzen waarin zij (indien alle vereisten is voldaan) de onteigening uitspreekt.

De bepaling van een aan de gerechtelijke procedure voorafgaande plaatsopneming wordt vastgelegd in een beschikking. Het Hof 's-Hertogenbosch heeft op 8 december 2016 een uitvoerige uitspraak gedaan omtrent de rechtsbescherming van de onteigende partij wanneer een dergelijke beschikking wordt gewezen. Deze uitspraak treft u hier aan (ECLI:NL:GHSHE:2016:5463).

Artikel 54 lid 3 Onteigeningswet bepaalt dat alleen de onteigenende partij beroep kan instellen tegen de beschikking op het verzoek om een plaatsopneming. De gebruikelijke gang van zaken is, dat op een verzoek van de onteigenende partij positief wordt beschikt. Het komt dan ook, voor zover mij bekend, in de praktijk niet voor dat de onteigenende partij hoger beroep instelt tegen een dergelijke beschikking. De uitspraak van het Hof 's-Hertogenbosch vloeit echter voort uit een door de onteigende partij ingesteld hoger beroep. In afwijking van artikel 54 lid 3 Onteigeningswet verklaart het Hof het ingestelde hoger beroep ontvankelijk, onder verwijzing naar rechtspraak van de Hoge Raad waarin tot uitdrukking komt dat een partij in hoger beroep ontvangen dient te worden indien de betreffende partij aanvoert:

  • dat de rechter in eerste aanleg buiten het toepassingsgebied is getreden van de wettelijke regeling waarin het hoger beroep is uitgesloten, dan wel
  • dat de rechter bij de behandeling van de zaak een zodanig fundamenteel rechtsbeginsel heeft veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken. 

De onteigende partij stelde dat de rechtbank aan wezenlijke en inhoudelijke bezwaren tegen toewijzing van het verzoek van de provincie ex artikel 54a Ow voorbij heeft gezien en dat die de bezwaren zouden raken aan de rechtmatigheid van de onteigeningsprocedure. De onteigende partij beriep zich kennelijk op regels uit het Wetboek van Burgelijke Rechtsvordering waarin onder meer tot uitdrukking komt dat partijen recht hebben op inzage van relevante stukken. Bovendien zou de toewijzende beschikking een essentieel vormverzuim bevatten.

Nadat het Hof de onteigende partij eerst ontvankelijk verklaart in het beroep, komt het Hof vervolgens helaas niet toe aan een inhoudelijke beoordeling omdat de gerechtelijke onteigeningsprocedure inmiddels was aangevangen en de onteigende partij geen belang meer had bij de plaatsopneming waarop de bestreden beschikking betrekking had. De plaatsopneming kan immers worden georganiseerd binnen de reeds in gang gezette gerechtelijke onteigeningsprocedure.  Bijgevolg vernietigt het Hof de beschikking van de rechtbank.

De uitspraak geeft een inkijk in de bijzondere procesregels in het onteigeningsrecht. De Onteigeningswet kent een groot aantal uitzonderingen op de regels van het algemene procesrecht die zijn neergelegd in het Wetboek van Burgelijke Rechtsvordering. Hoewel die uitzonderingen wettelijk zijn verankerd, dient de rechter zorgvuldig te toetsen of een partij stelt dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet zoals de schending van een fundamentele rechtsbeginsel. Alleen al een gemotiveerde stelling dat daarvan sprake zou zijn, leidt al tot ontvankelijkheid van het (volgens de regels van het normale procesrecht) ingestelde rechtsmiddel. Vraag twee is of er daadwerkelijk een fundamentele procesregel of een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden. Het Hof beantwoordt die vraag niet, maar tussen de regels door kan uit de uitspraak worden afgeleid daarvan waarschijnlijk geen sprake is geweest.

Heeft u vragen over de toepassing van het procesrecht in onteigeningszaken, neemt u dan gerust contact met mij op.

Deel deze pagina:

Contactpersoon